Opsommings en grafieke - Renterekenaar

Hebben niet-mensen en mensen dezelfde morele waarde voor jullie, of hebben jullie een hiërarchie voor ogen zoals in deze grafiek?

Hebben niet-mensen en mensen dezelfde morele waarde voor jullie, of hebben jullie een hiërarchie voor ogen zoals in deze grafiek? submitted by Bennie300 to VeganNL [link] [comments]

Overconfidence onder beleggers. Hoe kan het dat ik steeds geld verlies?

Even een keer wat nieuws, namelijk een academisch onderbouwde post! Speciaal voor de mensen die zich afvragen hoe het kan dat ze toch steeds geld verliezen op de markt. Je leest iedere dag het FD en bent op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. Hiernaast heb je een prima bachelomaster op zak en fungeert mijlenver boven de competitie. En toch .. en toch, verlies je geld. HOE?!?
Deze vraag is niet nieuw, sterker nog, deze vraag is misschien wel een van de meest klassieke behavioral finance vragen die er is. Mede hierdoor is er gelukkig ook veel onderzoek naar gedaan. In korte lijnen komt het neer op een combinatie van sensatie zoeken, overconfidence en het disposition effect.
Het zoeken naar sensatie hoef ik jullie hopelijk niet uit te leggen; dit is de voornaamste reden dat deze subreddit bestaat! Het is toch prachtig om even helemaal uit die verschrikkelijke sleur van het dagelijks leven te zijn. Door het kopen van een 25% out-of-the-money optie, die expireert na een week, leef je die hele week op je tenen. Je weet; aan het eind van de week ben je óf helemaal het mannetje, óf al je geld kwijt. Dat je alles kwijt kan raken neem je voor lief, het ging toch nooit om het geld. Het gaat om de spanning, het gaat om de adrenaline, het gaat om je weer even levend te voelen! En ja, dit is misschien geen optimale allocatie van je vermogen.
Maar hoe zit het dan met alle andere nerds die niet hun geld op rood durven te leggen, hoe kan het in vredesnaam dat zij ook geld verliezen? Laten we beginnen bij het stukje overconfidence. Overconfidence is een cognitieve bias die ertoe leidt dat een individu overschat hoe accuraat zijn kennis is op een bepaald gebied. In dit geval het aandeel dat verhandeld wordt. Er zijn boeken vol geschreven over deze en andere biases, maar dit is wellicht een onderwerp voor de volgende keer.
Brad M. Barber en Terrance Odean hebben in 2001 één van de meest invloedrijke papers geschreven, waarin zij verder gaan op overconfidence. In Barber and Odean (2001) bekijken ze 35000 online broker accounts en concluderen de volgende dingen: mannen handelen 45% meer dan vrouwen, hiernaast blijken mannen slechtere trades te maken dan vrouwen. De reden dat mannen meer traden dan vrouwen komt omdat mannen, over het algemeen, meer zeker zijn van hun zaak dan vrouwen. Het probleem is alleen dat mannen vaak te zeker zijn van hun zaak en hun risk/reward verkeerd inschatten. Wat in je hoofd een goede deal lijkt is in werkelijkheid vaak een valstrik. Het gevoel van voorlopen op de rest, iets beter denken te weten dan de rest is iets dat vast niet onbekend klinkt.
Een mooi voorbeeld hiervan is de rise of meme stocks. In Barber and Odean (2008) leggen onze grote vrienden opnieuw een theorie voor: ze stellen dat retail investors gevoelig zijn voor aandelen die veel in de media verschijnen en hun attentie vragen. Omdat deze bedrijven constant rondspoken in je gedachten ben je eerder geneigd hiermee te handelen (denk aan een Tesla). Het resultaat hiervan is dat ‘attention grabbing’ stocks, beter bekend bij ons als meme stocks, een buitenproportioneel grote trade volume hebben. Dit is natuurlijk een beetje vreemd; waarom zou je je beperken tot 20-30 aandelen terwijl er duizenden zijn die je kunt traden, vaak ook nog tegen betere winsten!
Leuk en aardig zul je denken, maar heb je ook bewijs? Nou toevallig wel! Het mooie van de moderne tijd is dat er zo belachelijk veel data is. Hierdoor kun je bijna alles online vinden. Preis et al. (2013) laat zien dat je Google trends informatie kunt gebruiken om retail investor attentie weer te geven. Dit heb ik dan ook gedaan. Als we zoeken naar ‘Tesla stock’ met regie ‘worldwide’ en sector ‘finance’, kom je uit op een mooie grafiek met een enorme piek in februari 2020. Dit lijkt mij vrij representatief; toen ik in februari bij de kapper kwam, vertelde hij mij graag over zijn ‘investering’ in tesla aandelen (bubbel alert). Als we vervolgens via Yahoo! Finance het Tesla aandeel PLOTTEN vinden we dat het hoogste punt inderdaad werd bereikt tijdens februari 2020. Coincidence? I think not. Ook erg mooi om te zien dat, toen de interesse op z’n hoogste punt was, er erg veel aandelen gekocht werden. Dit is te zien aan de groene balk onderin de grafiek. Koop niet alles dat veel besproken wordt!
Nu verder met het disposition effect, misschien wel de gevaarlijkste van allen. Het dispostion effect wordt omschreven als de neiging van beleggers om aandelen die in waarde zijn gestegen te verkopen, terwijl ze aandelen die in waarde zijn gedaald, te behouden. Big oof! deze klinkt ook erg bekend. Opnieuw komt Odean om de hoek. Dit keer alleen, in zijn paper Odean (1998), doet hij onderzoek naar het disposition effect onder beleggers. Hij ontdekt dat beleggers het niet zo fijn vinden om aandelen te verkopen met verlies (hEt IS GeEn VerLieS ALs je HeT NieT VeRKoOPt), en ze liever aandelen verkopen met winst. Dit is een suboptimale strategie aangezien je geen beroep kan doen op belastingvoordeel. Hiernaast onderpresteren de aandelen die behouden worden en overpresteren de aandelen die verkocht worden. De reden dat mensen dit doen heeft alles te maken met de propspect theory, beschreven door Nobelprijs winnaar Daniel Kahneman en Amos Tversky (te vroeg gestorven). Hier kan ook zeker een ander verslag aan besteed worden. In kort komt het er op neer dat mensen een verlies in iets zwaarder voelen dan een gelijke winst. Hierdoor worden mensen risico avers.
Om samen te vatten: hoe kan het dat ik geld verlies terwijl ik weet waar ik mee bezig ben? Ten eerste is het belangrijk om je te realizeren dat je waarschijnlijk geen idee heb waar je mee bezig bent. Je bent een omhooggevallen retail belegger die ooit een keertje geluk heeft gehad en nu denkt dat hij het beleg-wiel heeft uitgevonden. Doe maar niet! Door deze assumptie ben je veel gaan handelen, waarschijnlijk te veel. Je betaalt je helemaal scheel aan transactiekosten en pakt met een beetje pech niet eens wat groene cijfers mee. Verder is het problematisch dat je je laat verleiden door online sentiment en heilig geloofd in meme stocks. Een Tesla of Virgin Galatic stap je met liefde in, maar een ‘stabiele’ index fund; ho maar! Combineer dit alles met het kinderachtige denkbeeld dat paperlosses geen echte verliezen zijn en je bent onderweg naar je persoonlijke faillissement. Haal je emotie uit beleggen en dit kan je veel geld besparen.
Genoeg academisch gebrabbel. Aan het werk!
~R
References: Odean, T. (1998). Are investors reluctant to realize their losses?. The Journal of finance, 53(5), 1775-1798.
Barber, B. M., & Odean, T. (2001). Boys will be boys: Gender, overconfidence, and common stock investment. The quarterly journal of economics, 116(1), 261-292.
Barber, B. M., & Odean, T. (2008). All that glitters: The effect of attention and news on the buying behavior of individual and institutional investors. The review of financial studies, 21(2), 785-818.
Preis, T., Moat, H. & Stanley, H. Quantifying Trading Behavior in Financial Markets Using Google Trends. Sci Rep 3, 1684 (2013).
submitted by rengaroz to BeurspleinBets [link] [comments]

Compounding werking in aandelen

Deze maand heb ik, na veel inlezen, mijn eerste aandelen VWRL gekocht. Nu eea op een rijtje aan het zetten en ontdek ik dat ik het compounding effect binnen aandelen niet volledig kan uitleggen. Wie helpt?

Compounding is duidelijk: met een jaarlijkse stijging van 10% is 100 euro na een jaar 110 waard, het tweede jaar 121, etc.
Dat aandelen in waarde kunnen stijgen is ook duidelijk, maar waarom maakt het uit of je dit jaar een aandeel voor 50 euro koopt, of dit over 10 jaar voor dezelfde prijs doet. Anders gezegd (en dividend herinvestering even buiten beschouwing gelaten): je portfolio waarde is altijd 'aantal aandelen x huidige koers'?

Concreet voorbeeld:
VWRL stond in 2014 op 48 euro per aandeel. Nu staat VWRL op 70 euro. Een aandeel gekocht in 2014 zou nu 70/48=46% meer waard zijn geworden. Ik mis hier het compounding effect in? Met een rendement van 6% per jaar zou je elke 12 jaar verdubbelen. Betekent dat dat een VWRL aandeel in 2026 (12 jaar na 2014) dan 48 euro * 2 = 96 waard moet zijn?
submitted by muk85 to DutchFIRE [link] [comments]

Data crunchen: Wat is nu beter... Meesman, DeGiro, of iets anders?

Introductie

Ik had laatst in het weekdraadje al aangegeven dat ik bezig was de vergelijking tussen Meesman en DeGIro uit te werken. Ik heb ondertussen een aantal avonden aan het probleem besteed, en wil beginnen met het bedanken van een tweetal mede-redditors. duinzandinjebilnaad omdat ie de discussie (weer eens) aanwakkerde rond het dividendlek en het dividendlek van VWRL uitrekende, dvk0 omdat ie me wat opweg geholpen heeft met pandas, een framework voor data-analyse, en me wees op het dataset van Robert Shiller wat beiden gebruikt is om de uiteindelijke simulatie te draaien.
Onderaan deze post is een TL;DR te vinden.

Werkwijze

Welke fondsen heb ik vergeleken?

Ik heb in totaal vier verschillende providers vergeleken. Namelijk:

Welk dataset heb ik gebruikt?

Voor de marktdata heb ik de dataset van Robert Shiller gebruikt. Dit is historische data van de S&P500 inclusief dividenden. Dit is natuurlijk niet 1-op-1 op een wereldindex te plakken, maar alas, we zullen het er maar even mee moeten doen, het is de beste dataset dat we momenteel hebben. Als er iemand een beter dataset heeft hoor ik ‘t uiteraard graag!

Hoe heb je de berekening gemaakt?

Dit is voor iedere provider anders, dus bij deze een korte uitleg hoe de berekening gemaakt is:
Meesman
Meesman keert eens per jaar dividend uit. In mijn berekening accumuleert dividend in een apart potje, dit potje ‘opgespaard dividend’ wordt 1x per jaar (in december) uitgekeerd (na aftrek van 15% dividendbelasting.) In juni van het daarop volgende jaar wordt een belastingteruggave gerekend gelijk aan de betaalde dividendbelasting. Dit zie ik als een extra cash storting.
VWRL @ DeGiro Standaard
Voor VWRL heb ik de prijs van VWRL gebaseerd op de prijs van VWRL aan het begin van augustus 2018 (waar mijn dataset eindigde), een prijs van 74.55. De prijs van VWRL groeit gewoon mee met de markt. Dividend bouwt op en wordt iedere drie maanden uitgekeerd (met aftrek van 10% niet verrekenbare belastingen), dit gaat gewoon de ‘cash pool’ in samen met de maandelijkse inleg om gebruikt te worden om nieuwe ETFs van te kopen. Geld dat niet gebruikt kan worden om ETFs van te kopen blijft staan op de rekening.
VWRL @ DeGiro Custody
Het enige verschil met DeGiro standaard is dat er kosten gerekend worden voor het verwerken van dividend. Deze kosten bereken ik op basis van netto dividend (dus na aftrek dividendlek) want dat is hetgene wat je uitgekeerd krijgt (en waar DeGiro dus kosten voor rekent.)
Actiam @ Binck Fundcoach
Het grootste verschil met Meesman is dat ik de Actiam fondsen als 100% accumulerend beschouw. Dividend wordt op dezelfde manier behandeld als vermogensgroei en gaat dus zonder enige kosten direct ‘t fonds in.

Show me the data!

Ik heb even twee simulaties gedraaid, uiteraard kan ik op verzoek best meer door het programma halen, geef dan maar een gil.
N.B. De ingelegde bedragen worden niet geindexeerd op basis van inflatie. Ik ga uit van set-and-forget beleggen.
 
Eindbedragen na 50 jaar lang €100 per maand storten:
Percentiel DeGiro Custody DeGiro Standard Meesman Actiam
0 € 163.234 € 172.076 € 179.254 € 191.002
25 € 515.549 € 545.007 € 560.440 € 597.963
50 € 1.115.905 € 1.166.131 € 1.152.185 € 1.233.443
75 € 1.476.267 € 1.541.421 € 1.496.663 € 1.601.833
100 € 3.228.043 € 3.371.444 € 3.264.927 € 3.505.274
Niet geheel verrassend komt Actiam bij Binck als winnaar uit de bus. De kosten hiervan zijn het laagst, en daarnaast is het een volledig accumulerend fonds. De tweede plaats is nipt voor DeGiro Standard, maar het is een beetje stuivertje wisselen met Meesman (op de derde plaats.) Als laatste zien we DeGiro Custody.
Hier ook een link naar een grafiek met de resultaten.
 
Eindbedragen na 30 jaar lang €500 per maand storten:
Percentiel DeGiro Custody DeGiro Standard Meesman Actiam
0 € 210,831 € 217,233 € 223,540 € 231,499
25 € 541,737 € 555,865 € 551,782 € 571,487
50 € 766,995 € 784,020 € 764,143 € 794,100
75 € 1,236,423 € 1,271,241 € 1,238,296 € 1,283,363
100 € 2,703,355 € 2,759,560 € 2,671,389 € 2,777,092
Ook hier zien we vergelijkbare resultaten. Actiam als nummer één, DeGiro Standard op de tweede plaats. Meesman zit dit keer iets dichter tegen DeGiro Custody aan, maar wint het m.i. nipt. Dat gezegd hebbend: Het verschil tussen die laatste twee is vrij verwaarloosbaar.
Ook hier weer een link naar een grafiek met de resultaten.
 

Conclusie (en TL;DR?)

Voordat ik een conclusie trek wil ik nog even een standaard notitie neerzetten: Deze resultaten zijn op basis van historisch rendement, er is geen enkele garantie dat toekomstig rendement vergelijkbaar zal zijn.
Dat gezegd hebbend komt Actiam bij Binck Fundcoach consistent als winnaar uit de bus. Het verschil met de andere opties is zeker niet verwaarloosbaar, het is daarmee m.i. zeker de moeite waard deze optie te onderzoeken.
Op de tweede plaats zien we VWRL met DeGiro Standaard staan, nipt gevolgd door Meesman. Iets daarachter volgt VWRL met DeGiro Custody. Mijn persoonlijke mening over de laatste drie is dat hoewel er verschillen zijn, deze verschillen m.i. dusdanig klein zijn dat ze zomaar eens weg kunnen vallen als de marktcondities iets anders zijn dan waarop het dataset gebaseerd is. Het zijn allemaal solide keuzes.
 
N.B. Ik heb momenteel even niet m'n eigen pc bij de hand en moet 't momenteel doen met m'n Chromebookje. Ik zal m'n best doen binnenkort de broncode van deze simulatie ook vrij te geven.
Edit: Ik had een bug in m'n broncode zitten waardoor de dividenden van AVIAW niet accumuleerden, Actiam komt er nog net iets beter uit dan ik hiervoor had opgeschreven, het verschil is zeker significant te noemen. Hier een update van de resultaten:
Eindbedragen na 30 jaar lang €500 per maand storten:
Percentiel AVIAW @ Binck AVIAW @ Lynx
0 € 242.116 € 247.834
25 € 607.084 € 621.247
50 € 838.130 € 860.405
75 € 1.375.679 € 1.415.576
100 € 2.935.108 € 3.016.336
Edit 2: Nu ook met een nieuwe grafiek!
Eindbedragen na 50 jaar lang €100 per maand storten:
Percentiel AVIAW @ Binck AVIAW @ Lynx
0 € 205.557 € 206.319
25 € 645.249 € 648.645
50 € 1.380.480 € 1.392.213
75 € 1.762.277 € 1.777.486
100 € 3.847.320 € 3.893.072
Edit 2: En ook deze voorzien van een nieuwe grafiek!
Waarbij AVIAW bij Lynx kopen (zelfs met de significante transactiekosten op een inleg van maar €100 per maand) als beste uit de bus komt.
Alles valt of staat uiteraard met of dit daadwerkelijk alle kosten zijn. Als ik meer weet doe ik weer een update. Tulip-Stefan wijst ons erop dat het er sterk op lijkt dat er in AVIAW stiekem nog diverse andere kosten verstopt zitten die ze niet meerekenen in de 'lopende kosten factor'.
submitted by huppie to DutchFIRE [link] [comments]

Antwoord op vragen van het lid Van Haga over de mate waarin China profiteert van Europese ontwikkelingsgelden

Hierbij bied ik u de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door het lid Van Haga over de mate waarin China profiteert van Europese ontwikkelings-gelden. Deze vragen werden ingezonden op 18 maart 2019 met kenmerk 2019Z05310.   De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,   Sigrid A.M. Kaag   Antwoorden van de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking op vragen van het lid Van Haga (VVD) over de mate waarin China profiteert van Europese ontwikkelingsgelden   Vraag 1   Kunt u zich uw volgende uitspraak herinneren: “Chinese bedrijven hebben geen toegang tot de Europese OS-gelden. Chinese bedrijven — dat is volgens mij ons grote dilemma — komen met hun eigen geld vanuit de Chinese overheid en investeren massaal. Daar zit een andere vorm van conditionaliteit aan, maar die bedrijven kloppen echt niet aan bij de EU en ze concurreren dus ook niet met Nederlandse of andere bedrijven uit de markt”? 1)   Antwoord   Ja. Deze uitspraak deed ik op 7 maart jl. tijdens het overleg met uw Kamer.   Vraag 2   Bent u bekend met het vorig jaar gepubliceerde rapport van de Development Assistance Committee (DAC) van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) waarin de volgende conclusie wordt getrokken: “India and China were the non-DAC countries with the highest successful bids as shown in Table 9. They also account for 40% of total contract value awarded to developing countries (including LDCs and HIPCs) between 2008 and 2016. Yearly fluctuations aside, they also seem to win an increasing share of DAC Members aid projects”? 2)   Antwoord   Ja, ik heb kennis genomen van dit rapport.   Vraag 3   Hoe verhouden deze bevindingen zich tot uw uitspraak dat Chinese bedrijven geen toegang hebben tot de Europese ontwikkelingssamenwerkingsgelden?   Antwoord   Tabel 9 in het OESO/DAC rapport gaat over de ongebonden contracten (“untied aid”) die middels tenders door alle DAC-leden werden verstrekt, niet alleen door het DAC-lid de Europese Unie (de Europese Commissie). De tabel vermeldt bovendien enkel de nationaliteit van succesvolle bieders en niet in hoeverre de bieders bedrijven waren.   Mijn uitspraak betrof dat Chinese bedrijven in het algemeen geen directe toegang hebben tot de instrumenten van de Unie ter financiering van extern optreden. Niet alleen Chinese bedrijven, maar Chinese partijen in het algemeen hebben geen directe toegang tot dergelijke instrumenten. Dit geldt voor het Europees Ontwikkelingsfonds (European Development Fund – EDF), het Instrument voor ontwikkelingssamenwerking (Development Cooperation Instrument - DCI), het Europees Nabuurschapsinstrument (European Neighbourhood Instrument - ENI) en het Partnerschapsinstrument.   Een uitzondering op de regel is van toepassing wanneer het een project in China betreft. Entiteiten die zijn gevestigd in een ontwikkelingsland, zoals vermeld in de lijst ODA-ontvangers van de OESO/DAC, die lid zijn van de G20, kunnen wanneer het een project in hun land betreft wel financiering ontvangen uit het Instrument voor Ontwikkelingssamenwerking, het Europees Nabuurschapsinstrument, en het Partnerschapsinstrument. Zo ontvangen bijvoorbeeld enkele ngo’s en denktanks in China financiële ondersteuning middels het DCI. Deze uitzondering geldt niet voor het Europees ontwikkelingsfonds.   De regel dat Chinese partijen in het algemeen geen directe toegang hebben tot financiering is niet van toepassing op het Europees Instrument voor democratie en mensenrechten (European Instrument for Democracy and Human Rights - EIDHR) en het Instrument voor bijdrage aan stabiliteit en vrede (Instrument contributing to Stability and Peace – IcSP). Partijen uit alle landen hebben namelijk toegang tot financiering uit EIDHR en IcSP. Bedrijven profiteren echter niet van deze instrumenten. Bedrijven komen niet in aanmerking voor financiering uit hoofde van het EIDHR. De acties die worden gefinancierd middels het IcSP worden doorgaans uitgevoerd door actoren uit het maatschappelijk middenveld en bieden geen commerciële kansen, aangezien het IcSP acties financiert die handhaving van vrede, voorkoming van conflicten, versterking van internationale veiligheid en het verlenen van hulp tot doelstelling hebben.   Vraag 4 Klopt het dat Chinese bedrijven biedingen doen voor diverse door de Europese Unie (EU) gefinancierde projecten in Afrikaanse landen, zoals de geplande weg tussen Kampala en Jinja in Oeganda, en in het kader van projecten als deze concurreren met Europese bedrijven? 3)   Antwoord   Dit kan het geval zijn wanneer de Europese Commissie het project niet onder direct beheer uitvoert. Het Kampala Jinja Expressway Public Private Partnership Project in Uganda betreft indirect beheer.   De Europese Commissie voert de begroting op een of meer van de volgende wijzen uit: op directe wijze (“direct beheer”), in gedeeld beheer met de lidstaten (“gedeeld beheer”), op indirecte wijze (“indirect beheer”). In het geval van indirect beheer vertrouwt de Europese Commissie taken tot uitvoering van de begroting toe aan een organisatie wier financiële procedures positief zijn beoordeeld, zoals internationale organisaties of publiekrechtelijke organen. Bij acties die onder indirect beheer worden uitgevoerd door een daarmee belaste organisatie, komen partijen uit landen die volgens de regels van de betrokken organisatie voor deelname in aanmerking komen, ook in aanmerking. Hierdoor kan het zo zijn dat partijen uit landen die in het algemeen geen directe toegang hebben tot de instrumenten van de Unie ter financiering van extern optreden, in aanmerking komen.   Het Kampala Jinja Expressway Public Private Partnership Project betreft een blending-project, waarbij synergiën tussen subsidies en markt gerelateerde financiering worden benut. De financiële bijdrage van de EU brengt een hefboomeffect teweeg, waardoor investeringen door anderen – zoals financiële instellingen en de private sector – worden gestimuleerd. Voor dit project beslaat de EU-financiering ongeveer 12,5% van de totale investering.   De Agence Française de Développement (AFD) is de leidende financiële instelling (lead financial institution) voor dit project, ofwel het publiekrechtelijke orgaan aan wie de Europese Commissie middels indirect beheer taken tot uitvoering van de begroting heeft toevertrouwd. Op het biedingsproces zijn daarom de regels en procedures van de AFD van toepassing. In het geval van het genoemde project in Oeganda houdt dit in dat, in overeenstemming met het principe van “ongebonden hulp”, de procedure internationaal en open is, en niet gediscrimineerd kan worden op grond van nationaliteit. Partijen uit alle landen kunnen meedingen, mits er geen sprake is van belangenverstrengeling, er geen uitsluitingsgrond van toepassing is (zoals geldende sancties), en er aan sociale en milieunormen is voldaan. Doel van de internationale en open procedure is dat de aanbesteding gaat naar de partij die een kosteneffectief en kwalitatief hoogstaand voorstel heeft ingediend.   Vraag 5   Hoe verhoudt dit voorbeeld zich tot uw uitspraak dat Chinese bedrijven niet concurreren met Nederlandse (of andere Europese) bedrijven in het kader van de uitvoering van door de EU gefinancierde projecten?   Antwoord   Zoals nader toegelicht in het antwoord op vraag 3, betrof mijn uitspraak dat Chinese partijen in het algemeen geen directe toegang hebben tot de instrumenten van de Unie ter financiering van extern optreden.   Vraag 6   Hebt u daarnaast kennisgenomen van de recente aankondiging van de Japanse regering om te stoppen met het geven van ontwikkelingshulp aan China? 4) Zo ja, hoe beoordeelt u dit besluit?   Antwoord   Ja. Vorig jaar besloot Japan de ontwikkelingssamenwerking met China te beëindigen gezien het welvaartsniveau dat China heeft bereikt. Ik heb hier kennis van genomen.   Zoals genoemd in het antwoord op vraag 3 biedt de EU middels haar ontwikkelingssamenwerking wel financiële ondersteuning in China, onder andere aan enkele ngo’s en denktanks die een inclusieve samenleving en fundamentele rechten promoten. Aangezien het maatschappelijk middenveld op veel plaatsen in de wereld onder druk staat, blijft dergelijke ondersteuning van belang, ook in landen met een zeker welvaartsniveau. China staat daarnaast als hoog middeninkomensland ook nog op de lijst van ODA-ontvangers van de OESO/DAC, en kan dus ODA ontvangen.   Vraag 7   Hebt u kennisgenomen van de grafiek in het artikel over de beëindiging van Japanse ontwikkelingshulp aan China, waaruit blijkt dat China de afgelopen jaren vele miljarden aan leningen en steun heeft ontvangen van de OESO/DAC-landen? Kunt u de omvang van leningen en steun vanuit DAC-landen aan China kwantificeren en daarbij in elk geval aangeven wat de totale waarde was in 2015, 2016, 2017 en 2018? 5)   Antwoord   Ja. Ik kan de omvang van leningen en steun van OESO/DAC-landen aan China meedelen voor de jaren 2013, 2014, 2015, 2016 en 2017. 2017 is het meest recente jaar waarvoor gegevens beschikbaar zijn. De verdeling is als volgt, afgerond in miljoen USD:   2013   2014   2015   2016   2017   Leningen   643   472   687   624   437   Steun   655   584   572   593   600   Totaal ODA   1.298   1.056   1.258   1.217   1.036   Vraag 8   Kunt u de Kamer een actueel overzicht doen toekomen van alle door de EU (mede)gefinancierde ontwikkelingsprojecten van de afgelopen vijf jaar waar Chinese bedrijven biedingen voor hebben gedaan en aangeven in welke gevallen Chinese bedrijven de bieding hebben gewonnen? Kunt u daarbij aangeven in welke gevallen Europese bedrijven de desbetreffende bieding hebben verloren?   Antwoord   Ik kan de Kamer geen dergelijk overzicht doen toekomen. Zoals vermeld in het antwoord op vraag 4, vertrouwt de Europese Commissie in het geval van indirect beheer taken tot uitvoering van de begroting toe aan een organisatie wier financiële procedures positief zijn beoordeeld. Deze organisaties zijn vervolgens verantwoordelijk voor de organisatie van eventuele biedingsprocessen.   De gevraagde informatie is daarom niet centraal bij de Commissie op te vragen. Wel kan ik meedelen dat de Commissie ook in het geval van indirect beheer verifieert of de middelen van de Unie zijn uitgevoerd in overeenstemming met de regels en gestelde voorwaarden.   Vraag 9   Kunt u, aangezien multilaterale ontwikkelingsbanken een belangrijk kanaal vormen voor Europese (en Nederlandse) ODA-middelen, en met name de Wereldbank en de Asian Development Bank belangrijke financiers van (niet-marktconforme) leningen aan de Chinese overheid vormen, aangeven hoe groot het volume van financieringen is dat beide multilaterale banken op de Chinese overheid uit hebben staan? Wat is de positie van Nederland en andere EU-lidstaten, in hun hoedanigheid als aandeelhouders van beide ontwikkelingsbanken, ten opzichte van deze uitstaande leningen?   Antwoord   De Wereldbank heeft op dit moment USD 16 miljard aan leningen uitstaan aan de Chinese overheid, een bedrag dat is opgebouwd over een lange periode (in 2018 is USD 1,8 miljard nieuw gecommitteerd). Voor de Asian Development Bank ligt dit op USD 17 miljard. Deze leningen zijn voor een belangrijk deel afkomstig van de door de instellingen op de kapitaalmarkt ingeleende middelen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de hefboomwerking van het in het verleden ingelegde kapitaal van de lidstaten (het “eigen vermogen” van de banken). De instellingen hebben zo een revolverend karakter. Er is in principe geen sprake van beslag op nieuwe ODA-middelen (behalve bij de inleg van nieuw kapitaal).   De International Bank for Reconstruction and Development (IBRD) is het Wereldbankloket voor midden-inkomenslanden. Net als andere aandeelhouders is Nederland van mening dat de Bank ook nog een nuttige rol kan vervullen in veel hoge middeninkomenslanden, inclusief China, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Afgelopen jaar is in het kader van de kapitaalverhoging van de IBRD afgesproken dat nieuwe activiteiten in deze groep landen een duidelijke focus moeten hebben op duurzame graduatie van de betrokken landen van Wereldbankleningen, en/of moeten bijdragen aan het internationale publieke belang, zoals klimaat, en/of een sterk katalytisch of leereffect moeten hebben. Dit beleid heeft brede steun van de aandeelhouders, ook de Europese aandeelhouders. Daarnaast is de rente-opslag voor hoge middeninkomenslanden verhoogd, inclusief voor China. Deze extra inkomsten kunnen ten goede komen aan armere landen.   Hierover zijn ook afspraken gemaakt bij de Asian Development Bank. Nederland steunt de intentie om in de komende jaren de leningen aan China in de Wereldbank geleidelijk terug te brengen.   1) Verslag van een algemeen overleg over de toekomst van EU-Ontwikkelingssamenwerking, gehouden op 7 maart 2019.   2) “2018 report on the DAC untying recommendation”, No. DCD/DAC(2018)12/REV2 https://www.oecd.org/dac/financing-sustainable-development/development-finance-standards/DCD-DAC(2018)12-REV2.en.pdf   3) https://www.bloomberg.com/news/articles/2018-09-03/european-companies-dominate-uganda-s-1-billion-toll-road-bids   4) https://www.inkstonenews.com/politics/japan-stop-giving-aid-china-after-40-years/article/2170164   5) Idem.
  Datum: 25 april 2019   Nr: 2019D17469   Indiener: S.A.M. Kaag, minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking   Bron:    tweedekamer.nl
submitted by kamerstukken-bot to kamerstukken [link] [comments]

Antwoord op vragen van de leden Wiersma en Middendorp over het artikel ‘Rijksambtenaren met AOW mogen niet langer doorwerken’

Vragen van de leden Wiersma en Middendorp (beiden VVD) aan de ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het artikel ‘Rijksambtenaren met AOW mogen niet langer doorwerken’ (ingezonden 22 maart 2019)   1 Klopt het dat de Rijksoverheid vanaf volgend jaar een einde maakt aan haar beleid om werknemers niet automatisch te ontslaan bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd? 1) Waarom is daartoe besloten?   Ja. In de cao Rijk 2018-2020 is afgesproken dat doorwerken na de AOW- gerechtigde leeftijd vanaf 1 januari 2020 alleen mogelijk is in specifieke gevallen op basis van overeenstemming tussen de werkgever en de medewerker. Hierbij worden de persoonlijke en financiële omstandigheden van de medewerker nadrukkelijk meegewogen.   Hiertoe is besloten omdat deze beleidsmaatregel aansluit bij zowel de uitgangspunten in het Strategisch Personeelsbeleid Rijk 2025 (SPB 2025), dat ik op 13 juli 2018 aan uw Kamer heb gestuurd[2], als bij de modernisering van arbeidsvoorwaarden.   2 Klopt het, zoals een woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangeeft, dat het ambtenarenbestand te ‘grijs’ is en dit beleid niet helpt om dat tij te keren?   De woordvoerder heeft gemeld dat de afgelopen jaren werknemers langer zijn gaan doorwerken. Tegelijkertijd waren er soms weinig plekken beschikbaar voor nieuwe instroom. Het personeelsbestand bij het Rijk is daardoor meer vergrijsd dan de gehele werkende bevolking in Nederland.   In aanvulling hierop wil ik benoemen dat met ingang van 1 januari 2020 de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) wordt ingevoerd. Dit betekent dat werknemers bij de overheid te maken gaan krijgen met het private arbeidsrecht. De genomen beleidsmaatregel binnen het Rijk, waarbij het automatisch recht op doorwerken komt te vervallen, draagt bij aan de modernisering van arbeidsvoorwaarden en sluit beter aan bij reguliere arbeidsovereenkomsten in de marktsector. Tegelijkertijd wordt wel de mogelijkheid geboden om langer door te werken, als daar van beide kanten behoefte aan is.   Onderstaande grafiek toont de leeftijdsopbouw van medewerkers bij het Rijk in 2018 in vergelijking met de Nederlandse arbeidsmarkt.   De gemiddelde leeftijd bij het Rijk schommelt al geruime tijd rond de 47,5 jaar en is daarmee geen evenredige afspiegeling van werkend Nederland[3]. Binnen het Rijk worden verschillende maatregelen genomen om het personeelsbestand te verjongen. We willen enerzijds jongeren kansen bieden voor een uitdagende carrière bij de Rijksoverheid en anderzijds de kennis en ervaring van ouderen beter benutten. De beleidsmaatregel in casu draagt hier op een positieve manier aan bij en stimuleert een optimale afstemming tussen vraag en aanbod op het gebied van benodigde kennis en ervaring. Noodzakelijke expertise blijft hierdoor beschikbaar.   3 Deelt u de mening dat het negatieve stereotype beeld dat soms rond oudere werknemers hangt met deze maatregel wordt bestendigd? Zo nee, waarom niet? Deelt u de mening dat dit onwenselijk is? Zo nee, waarom niet?   De mening dat er een negatief stereotype beeld rond oudere medewerkers wordt bestendigd door deze beleidsmaatregel deel ik niet. Wel deel ik de mening dat een dergelijke stereotype beeld onwenselijk is. Iedere medewerker heeft andere talenten en behoeften en dit moet tot uiting kunnen komen in de manier waarop hij/zij zijn loopbaan vormgeeft. Het Rijk zet in op een cultuur en werkomgeving waar leren en ontwikkelen een onlosmakelijk deel van het werk is en waarbij bijvoorbeeld oudere medewerkers hun kennis en ervaring overbrengen op jongere collega’s, die op hun beurt juist hun nieuwe inzichten delen op de werkvloer. De aanwezigheid van verschillende generaties op de werkvloer biedt kansen om relevante kennis en ervaring binnen de organisatie te borgen, wat ook na deze beleidsmaatregel mogelijk blijft.   4 Bent u van mening dat de Rijksoverheid een voorbeeldfunctie heeft in het bieden van de mogelijkheid om langer door te werken? Zo ja, hoe vult de Rijksoverheid deze voorbeeldfunctie in?   Ten aanzien van de voorbeeldfunctie is relevant dat de mogelijkheid van langer doorwerken bij wederzijds goedvinden blijft bestaan. Belangrijk is dat het personeelsbeleid en de arbeidsvoorwaarden van het Rijk aansluiten bij wensen en benodigdheden van medewerkers in verschillende levensfases. Het Rijk heeft speciale aandacht voor de laatste fase in de carrière van rijksambtenaren. Ik hecht veel waarde aan de inzetbaarheid van iedereen, onder wie de substantiële groep van oudere werknemers. De Rijksoverheid wil het mogelijk maken dat mensen gezond kunnen blijven werken en een leven lang leren. Ook dit blijkt uit het Strategisch Personeelsbeleid Rijk en het belang dat ik daarin hecht aan duurzame inzetbaarheid vanuit zowel oog voor werkbeleving en vitaliteit als de ontwikkeling van medewerkers. Ik streef ernaar om meer maatwerk mogelijk te maken om te kunnen inspelen op individuele verschillen. Dit draagt eraan bij dat een werkomgeving wordt gecreëerd waarin diverse generaties zich thuis voelen en op een plezierige wijze invulling kunnen geven aan werk en ontwikkeling, met daarbij passende arbeidsvoorwaarden.   5 Wat is uw reactie op de kritiek van onderzoeker Jaap Oude Mulders dat enkel en alleen deze maatregel intrekken heel weinig effect zal hebben op verjonging van het personeelsbestand?   Ik deel deze mening, maar deze beleidsmaatregel is zoals ook toegelicht in het antwoord op vraag 2, onderdeel van een breed pakket aan maatregelen. Uitstroom op de pensioengerechtigde leeftijd zorgt op zichzelf voor betere doorstroommogelijkheden voor jongeren. Carrièrekansen zijn van belang om aantrekkelijk te blijven voor deze doelgroep, evenals de modernisering van het personeelsbeleid en daarbij passende arbeidsvoorwaarden.   6 Wat betekent deze beleidswijziging voor ambtenaren die met plezier naar hun werk gaan en na het bereiken van de AOW-leeftijd toch willen doorwerken?   Zoals eerder gemeld blijft doorwerken na de AOW-gerechtigde leeftijd mogelijk bij de sector Rijk op basis van overeenstemming tussen de werkgever en de medewerker. Hierbij worden de persoonlijke en financiële omstandigheden van de medewerker nadrukkelijk meegewogen. Er is evenwel geen sprake van een recht op doorwerken.   7 Vindt u het wenselijk dat slechts een derde van de rijksambtenaren echt de vrijheid voelt om langer door te werken en slechts één op de acht het idee heeft dat hun baas dat prettig vindt?   Het Rijk stelt werkbeleving van medewerkers voorop, waarbij een open cultuur centraal staat. Uit het onderzoek van Jaap Oude Mulders, dat in het artikel wordt aangehaald, blijkt dat rijksambtenaren gemiddeld meer vrijheid ervaren om door te werken na de AOW-gerechtigde leeftijd dan elders. Ik acht het van belang dat de medewerker die langer door wil werken zich vrij voelt om dit met de manager te bespreken. Het Rijk investeert in een veilige werkomgeving en aanspreekcultuur, waarbij ik verwacht dat (top)managers hierin het goede voorbeeld geven.   8 Wat doet u om dit aandeel te verhogen?   Zie het antwoord op vraag 7   1) https://www.trouw.nl/samenleving/rijksambtenaren-met-aow-mogen-straks- niet-langer-doorwerken-~a2979841/.   [1] [2]   [3]
  Datum: 26 april 2019   Nr: 2019D17850   Indiener: K.H. Ollongren, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties   Bron:    tweedekamer.nl
submitted by kamerstukken-bot to kamerstukken [link] [comments]

Antwoord op vragen van het lid Remco Dijkstra over het bericht ‘Schiphol speelt tweede viool vrachtnet AF – KLM’

  Geachte voorzitter,   Hierbij beantwoord ik de schriftelijke vragen van het lid Remco Dijkstra (VVD) over het bericht ‘Schiphol speelt tweede viool vrachtnet AF – KLM’ (ingezonden 14 maart 2019).     Vraag 1   Bent u bekend met het bericht ‘Schiphol speelt nu tweede viool in vrachtnet AF-KLM’?   Antwoord 1   Ja.     Vraag 2   Herkent u de forse teruggang van luchtvrachtvolume vanaf Schiphol? Wat is de trend in de wereldwijde luchtvracht? Wat is de trend met vracht op andere Europese vliegvelden? Wat is de trend met vracht op Schiphol?   Antwoord 2   Het vervoerde tonnage vracht op Schiphol bedroeg in 2018 1,72 miljoen ton.   Dit was 2,5% minder dan in 2017. Daarbij is het aantal vliegtuigbewegingen met vrachttoestellen via Schiphol in 2018 afgenomen met 10,4% maar het aantal vliegtuigbewegingen met passagierstoestellen toegenomen met 1%. Dit verschil is mede te verklaren door de verbeterde beladingsgraden en een efficiënter gebruik van de vrachtcapaciteit van de belly’s in passagierstoestellen. Uit de volgende grafiek blijkt dat er sinds 2001 met bepaalde fluctuaties een positieve trend waarneembaar is in het totaal aantal ton vracht dat via Schiphol vervoerd is met vrachttoestellen en passagierstoestellen.   Tonnen vracht (x1000) Schiphol 2001-2018:   De vrachtcijfers van IATA geven een indicatie van de trend in wereldwijde luchtvracht. Hieruit blijkt dat het aantal FTKs (Freight & Mail Tonne Kilometres) van de bij IATA aangesloten luchtvaartmaatschappijen in 2017 steeg met 9,7% en in 2018 met 4,1%. Dit aantal zal naar verwachting in 2019 met 2% stijgen (bron: website IATA).   De trend op andere Europese luchthavens valt af te lezen uit onderstaande grafiek. Deze geeft het verschil aan tussen het totaal percentage vervoerde vracht in 2017 en 2018 op de 10 Europese luchthavens met de meeste vervoerde vracht in tonnen (bron: Schiphol). Hieruit blijkt dat Schiphol in 2018 haar positie van derde vrachtluchthaven van Europa heeft behouden.   Ranking     2018   Compared to2017 in %   1   Frankfurt   FRA   2,087   -1.1%   2   Paris Charles de Gaulle   CDG   1,987   -1.2%   3   Amsterdam   AMS   1,716   -2.5%   4   London Heathrow   LHR   1,685   -0.8%   5   Istanbul Atatürk   IST   1,237   9.6%   6   Leipzig   LEJ   1,210   7.0%   7   Luxembourg   LUX   895   -0.3%   8   Liège   LGG   872   21.6%   9   Cologne/Bonn   CGN   845   2.7%   10   Milan Malpensa   MXP   558   -3.2%     Vraag 3   Hoe keren we de verdere aftakeling van luchtvracht vanaf Schiphol? Is deze neergaande lijn te wijten aan het beperkt aantal beschikbare slots en landingsrechten op Schiphol? Hoe waarborgen we het strategisch belang van luchtvracht vanaf onze mainport? Waarom is dit strategisch eigenlijk belangrijk?   Antwoord 3   Uit de cijfers blijkt geen structurele daling van het luchtvrachtvolume dat vanaf Schiphol vervoerd wordt. Het is ook niet mogelijk om een rechtstreeks verband te leggen tussen het totale luchtvrachtvolume dat via Schiphol vervoerd wordt en de daarvoor per land beschikbare landingsrechten.   De tot en met 2020 afgesproken grens van 500000 vliegbewegingen voor Schiphol heeft wel tot gevolg dat dat er nu al sprake is van een schaarste aan slots voor alle luchtvaartmaatschappijen omdat die grens nu al bereikt wordt.   Ik onderken het strategisch belang van de luchtvrachtsector voor de Nederlandse economie en de werkgelegenheid. Daarom onderzoek ik met Schiphol, de slotcoördinator ACNL, en de sector alle mogelijkheden om binnen de kaders van de EU slotverordening de beschikbare capaciteit van Schiphol zo optimaal mogelijk te laten vaststellen en te verdelen over alle gebruikers, waaronder de vrachtmaatschappijen.   Vraag 4   Herkent u het gegeven dat er steeds meer vrachtvluchten uitwijken? Herkent u het gegeven dat vracht bijvoorbeeld voortaan eerst per vrachtauto naar Duitsland gaat en dan daarvandaan per vliegtuig naar andere bestemmingen, dus vanaf vliegvelden waar wel ruimte beschikbaar is? Met welke vliegvelden moet Schiphol eigenlijk concurreren, welke luchtvrachtmaatschappijen gebruiken Schiphol en valt er iets te zeggen over routes?   Antwoord 4   De toenemende schaarste aan slots op Schiphol heeft er mede toe geleid dat het aantal vrachtbewegingen via Schiphol in 2018 met 10% is gedaald en dat er vrachtvluchten uitwijken naar andere luchthavens zoals Brussel en Luik.   In Europa wordt luchtvracht binnen de relevante markt grotendeels met vrachtauto’s van en naar verschillende luchthavens vervoerd, waarvandaan het van en naar de gevraagde wereldwijde bestemmingen wordt gevlogen.   Er is een lage drempel om uit te wijken naar een concurrerende luchthaven. De relevante markt van Schiphol voor luchtvracht beslaat heel Noordwest Europa. Dit betekent dat Schiphol op het gebied van luchtvracht vooral concurreert met de luchthavens in deze regio die zich richten op het vervoer van luchtvracht zoals Frankfurt, Parijs Charles de Gaulle, Leipzig, Luxemburg, Luik en Keulen. Er zijn meer dan 30 vrachtluchtvaartmaatschappijen actief op Schiphol. Deze maatschappijen opereren via verschillende routes naar een wereldwijd netwerk aan bestemmingen.     Vraag 5   Hoeveel banen zijn gemoeid met de luchtvracht rondom Schiphol, zowel direct bij de afhandeling, als indirect zoals bijvoorbeeld partijen die afhankelijk zijn van de bloemenveiling en andere distributeurs? Kunt u cijfers hierover delen? Hoe worden de belangen van deze partijen meegewogen in de besluitvorming?   Antwoord 5   Uit een recent onderzoek van de Erasmus Universiteit in opdracht van Air Cargo Netherlands (ACN) blijkt dat de luchtvrachtactiviteiten op Schiphol een toegevoegde waarde van ruim 2 miljard euro genereren met een directe en indirecte werkgelegenheid van 25.000 werkzame personen (2017).   Recentelijk heb ik opdracht gegeven tot onderzoek naar de huidige economische bijdrage van luchtvracht op Schiphol in termen van toegevoegde waarde en aantal banen alsmede een actualisatie van onderzoek uit 2015 naar de economische bijdrage van de totale luchtvaart- en luchthavenactiviteiten op en rond Schiphol.   Ik zal uw Kamer over de uitkomsten nader inlichten zodra het naar verwachting voor de zomer van dit jaar is afgerond.   De belangen van de vrachtsector worden meegewogen in de luchtvaartnota.   Vraag 6   Welk percentage van het aantal beschikbare slots kunnen we speciaal vastleggen voor luchtvracht? Wat is de status van de local rule? Welke afspraken zijn met de sector gemaakt? Wanneer ligt er besluitvorming voor waar de Kamer een rol in kan spelen?   Antwoord 6   Op grond van de vigerende regels van de EU slotverordening is het niet mogelijk een specifiek aantal beschikbare slots vast te leggen voor het vervoer van luchtvracht met vrachttoestellen. Ik heb uw Kamer per brief van 23 april 2019 (29665, nr 358) geïnformeerd dat ik het lokaal richtsnoer goedgekeurd heb voor het IATA Winterseizoen 2019/2020 tot en met het IATA Zomerseizoen 2021. Het lokaal richtsnoer zal per 31 augustus 2019 in werking treden omdat de voorbereidingen voor het winterseizoen eerder beginnen.   Vraag 7   Kunt u iets zeggen over de vliegtuigen die vrachtmaatschappijen gebruiken? Kent u de B747-8F, die aanzienlijk stiller is dan vroeger? Hoe staat het met de geluidsbelasting van vrachtvliegtuigen ten opzichte van passagierstoestellen?   Antwoord 7   Uit onderstaande figuur blijkt welke toestellen specifiek worden ingezet voor luchtvrachtvervoer (bron: Schiphol, 2018). Daaruit blijkt dat de B747-8F (in de figuur: B748) op Schiphol bijna 14% uitmaakt van de vliegtuigen die specifiek worden ingezet voor vrachtvervoer (“full freighters”). De meest gebruikte vliegtuigtypen voor vrachtvervoer zijn de B777 (in de figuur: B77L) en de B747-400 (in de figuur: B744). Samen nemen ze ruim twee derde van de vrachtvluchten voor hun rekening.   In onderstaande figuur is de gemiddelde hoeveelheid geluid per vliegtuigbeweging per vliegtuigtype opgenomen. Daaruit blijkt dat de B748 aanzienlijk minder geluid produceert dan de B77L en de B744.   De hoeveelheid geluid die het vliegverkeer op Schiphol in 2018 heeft geproduceerd, is voor ruim 82% afkomstig van passagiersvervoer, voor bijna 12,5 % van vrachtvervoer en voor 5,5% van General Aviation (bron: Schiphol, 2018).   Vraag 8   Hoe staat het met de uitwerking van de vliegtaks? Hoe wordt voorkomen dat vracht onevenredig getroffen wordt?   Antwoord 8   Er wordt een aanvullend onderzoek uitgevoerd door CE Delft naar varianten van een vliegbelasting waarbij ook een belasting op vrachtvliegtuigen wordt betrokken. Daarbij wordt dezelfde methodologie gebruikt als bij het eerdere onderzoek naar een vliegbelasting van CE Delft, dat uw Kamer heeft ontvangen als bijlage bij Kamerbrief Fiscale vergroening van 29 juni 2018 (kenmerk 32140, nr. 47). Ook de effecten op de vrachtsector zullen hierin worden belicht. Naar verwachting wordt dit aanvullende onderzoek binnenkort afgerond.   Het wetsvoorstel inzake de vliegbelasting zal voor de zomer aan de Tweede Kamer worden gestuurd.     Vraag 9   Herkent u het dilemma dat Russische en nu wellicht Amerikaanse vrachtvluchten (Kalitta) hun slot kwijtraken, maar er vervolgens sancties zijn opgelegd aan Nederlandse partijen? In hoeverre zetten andere landen machtsmiddelen in? Zijn wij niet naïef?   Antwoord 9   De Amerikaanse luchtvaartmaatschappij Kalitta heeft op 29 januari 2019 een formele klacht ingediend bij het Amerikaanse Department of Transport (“DoT”) met het verzoek om sancties of andere maatregelen tegen Nederland, Schiphol en ACNL te nemen omdat Kalitta niet alle slots verkregen had waarom zij verzocht had voor het IATA winterseizoen 2018/19. Deze klacht is echter op 1 mei 2019 door het DoT afgewezen. Het komt voor dat landen impliciet druk uitoefenen door een verband te leggen tussen de bilateraal overeengekomen verkeersrechten en slots. In dergelijke gevallen wordt toegelicht dat deze relatie er niet is en dat het aan de luchtvaartmaatschappijen zelf is om alternatieve oplossingen te vinden om slots te verkrijgen. De overheid speelt hierbij een faciliterende rol.   Hoogachtend,   DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,   Drs. C. van Nieuwenhuizen Wijbenga
  Datum: 17 juni 2019   Nr: 2019D25577   Indiener: C. van Nieuwenhuizen Wijbenga, minister van Infrastructuur en Waterstaat   Bron:    tweedekamer.nl
submitted by kamerstukken-bot to kamerstukken [link] [comments]

Antwoord op vragen van het lid Van Brenk over het bericht 'Ambtenaren met AOW mogen niet langer doorwerken'

Vragen van het lid Van Brenk (50PLUS) aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het bericht 'Ambtenaren met AOW mogen niet langer doorwerken' (ingezonden 22 maart 2019)   1 Heeft u kennisgenomen van het krantenbericht 'Ambtenaren met AOW mogen niet langer doorwerken'? 1) Is het waar dat de beleidslijn van het kabinet Rutte II om ambtenaren juist in de gelegenheid te stellen om na de AOW-leeftijd door te werken nu verlaten wordt omdat het ambtenarenbestand te ‘grijs’ is, en er ‘niet voldoende ruimte’ is voor nieuwe instroom? Kan worden toegelicht waarom voor deze beleidswijziging is gekozen?   In de cao Rijk 2018-2020 is afgesproken dat doorwerken na de AOW- gerechtigde leeftijd vanaf 1 januari 2020 alleen mogelijk is in specifieke gevallen op basis van overeenstemming tussen de werkgever en de medewerker. Hierbij worden de persoonlijke en financiële omstandigheden van de medewerker nadrukkelijk meegewogen.   Hiertoe is besloten omdat deze beleidsmaatregel aansluit bij zowel de uitgangspunten in het Strategisch Personeelsbeleid Rijk 2025 (SPB 2025), dat ik op 13 juli 2018 aan uw Kamer heb gestuurd[1], als bij de modernisering van arbeidsvoorwaarden.   2 Klopt het, dat recent onderzoek van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) juist uitwijst dat het vrijlaten van de pensioenleeftijd nauwelijks effect heeft om mensen langer aan de slag te houden, en dat onderzoek ook uitwijst dat het een hardnekkig misverstand is dat dit ten koste gaat van de werkgelegenheid van jongeren, en dat er dus geen verdringing optreedt? 2) Is het waar dat van de circa 130.000 overheidsambtenaren, ongeveer 460 werknemers ouder dan de AOW-leeftijd is, en dat derhalve het niet na de AOW- leeftijd door laten werken van ambtenaren een gering effect zal hebben op het tegengaan van vergrijzing en het bevorderen van nieuwe instroom, laat staan het substantieel verjongen van het personeelsbestand? Ik heb kennisgenomen van het onderzoek waar u aan refereert.   Onderstaande grafiek laat zien hoeveel medewerkers binnen het Rijk ouder zijn dan de AOW-leeftijd. In 2018 betreft dit 811 medewerkers.   Bron: P-Direkt   Hoe deze aantallen zich verhouden tot het totaalbestand aan personeel is te zien in onderstaande grafiek.   Bron: P-Direkt   Het aantal medewerkers dat doorwerkt na de AOW-gerechtigde leeftijd betreft een relatief kleine groep ten opzichte van het totale personeelsbestand. Ik onderschrijf dat de genomen beleidsmaatregel niet substantieel zal bijdragen aan verjonging. Wel levert deze maatregel een bijdrage aan het effectueren van een meer evenwichtig personeelsbestand waarbij noodzakelijke expertise beschikbaar blijft. Daarnaast draagt deze beleidsmaatregel bij aan modern personeelsbeleid en bijpassende arbeidsvoorwaarden, voor iedere levensfase.   3 Deelt u mening, dat verhoging van de AOW-leeftijd gezorgd heeft voor bewustwording en beleidsontwikkeling ter zake van duurzame inzetbaarheid van oudere werkenden?   De vergrijzing, ontgroening en toenemende levensverwachting maken langer doorwerken mogelijk en noodzakelijk. Langer doorwerken speelt niet alleen een rol als het gaat om het op lange termijn betaalbaar houden van voorzieningen voor alle generaties, maar ook als het gaat om een arbeidsmarkt met een evenwichtige balans tussen mensen die werken en mensen die niet meer tot de beroepsbevolking horen. De pensioenleeftijd stijgt, omdat we steeds ouder worden en ook met het oog op een evenwichtige ontwikkeling van het arbeidsaanbod (handen aan het bed, een leerkracht voor de klas). Ook om deze reden werken we langer door en gaat de AOW-leeftijd geleidelijk omhoog. Het kabinetsbeleid is daarom gericht op duurzame inzetbaarheid, zodat mensen steeds beter werkend de pensioengerechtigde leeftijd bereiken.   4 Deelt u de mening dat het nu onmogelijk maken van doorwerken na de AOW- leeftijd voor ambtenaren – mede met het oog op de belangrijke voorbeeldfunctie van de overheid - niet bevorderlijk is voor het stimuleren van maatregelen, gericht op duurzame inzetbaarheid van oudere werknemers, waaronder ambtenaren? Kunt u uw antwoord motiveren? Deze mening deel ik niet. Ik benadruk dat doorwerken na de AOW-gerechtigde leeftijd vanaf 1 januari 2020 nog steeds mogelijk is op basis van overeenstemming tussen de werkgever en de medewerker. Hierbij worden de persoonlijke en financiële omstandigheden van de medewerker nadrukkelijk meegewogen.   Het Rijk heeft speciale aandacht voor de laatste fase in de carrière van rijksambtenaren. Ik hecht veel waarde aan de inzetbaarheid van iedereen, onder wie de substantiële groep van oudere werknemers. Daarom werkt het Rijk toe naar individueel beleid, waarbij in het kader van duurzame inzetbaarheid rekening gehouden wordt met de levensfase. Hierbij wordt geen enkele groep medewerkers uitgesloten.   5 Is het waar dat juist mensen met een lage opleiding, een laag inkomen en een laag (aanvullend) pensioen zich genoodzaakt zien door te werken na de AOW-gerechtigde leeftijd?   Het inkomen van een AOW-gerechtigde bestaat uit de AOW-uitkering, de inkomensondersteuning AOW (IOAOW), eventueel aanvullend pensioen en eventuele gerichte inkomensondersteuning (toeslagen, gemeentelijk inkomensbeleid). De hoogte van de AOW-uitkering en de IOAOW hangen samen met het aantal opbouwjaren. Bij volledige opbouw ligt de AOW-uitkering boven het sociaal minimum. De IOAOW en eventuele gerichte inkomensondersteuning komen hier bovenop. De hoogte van het aanvullend pensioen hangt samen met het arbeidsverleden en hangt af van de afspraken die werknemer en werkgever hierover hebben gemaakt. Over het algemeen hanteren pensioenfondsen de ambitie om, bij voldoende opbouwjaren, een pensioenuitkering te bereiken van 70% van het gemiddeld over de loopbaan verdiende loon. Bij een volledige AOW-opbouw en een aaneengesloten loopbaan is er voor een werknemer in principe geen noodzaak tot doorwerken na de AOW- gerechtigde leeftijd. Doorwerken mag natuurlijk wel, en is fiscaal gezien een aantrekkelijke optie door het wegvallen van de AOW-premie. Bij een onvolledige AOW-opbouw bestaat de mogelijkheid tot een aanvulling tot het sociaal minimum vanuit de Participatiewet (Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen). Het recht op een AIO-aanvulling hangt af van het inkomen, het vermogen en eventuele andere vormen van draagkracht zoals het inkomen van de partner.   6 Deelt u de mening, dat deze mensen het beste geholpen kunnen worden door ervoor te zorgen dat alle werkenden voldoende pensioen, of een andere buffer, kunnen opbouwen tijdens het werkzame leven? Welke maatregelen neemt het kabinet om dit te bevorderen? Welke maatregelen neemt dit kabinet om financiële problemen bij AOW-gerechtigden te voorkomen en te helpen oplossen?   Zie de beantwoording van vraag 8.   7 Bent u bereid, zoals onderzoek van Netspar aanbeveelt, door te gaan met het steunen van AOW-ers als zij willen doorwerken, zeker omdat dit geen noemenswaardige impact heeft op de arbeidsmarktkansen van jongeren? 3) Zie de beantwoording van vraag 10.   8 Bent u bereid meer onderzoek te entameren naar de vraag of de toegenomen arbeidsparticipatie onder AOW’ers met een laag pensioen gepland is, of dat juist beperkingen in de financiële planning hier de oorzaak van zijn?   Nederland heeft een van de beste pensioenstelsels van de wereld met relatief hoge vervangingsratio’s. Mede dankzij de AOW leven in Nederland minder ouderen in armoede dan in andere landen en ook is de armoede onder ouderen ook drie maal kleiner dan onder jongeren.   Het kabinet vindt het van belang dat werkenden pensioen opbouwen om een te grote terugval in inkomen bij pensionering te voorkomen. In veel sectoren worden werknemers op verzoek van sociale partners door de overheid verplicht om deel te nemen aan de pensioenregeling van het bedrijfstakpensioenfonds. Dankzij dit systeem bouwt het overgrote deel van de werknemers pensioen op. Voor werkenden die geen pensioen opbouwen via een (verplicht gesteld) pensioenfonds zijn er verschillende opties om zelf, eventueel fiscaal gefaciliteerd, pensioen op te bouwen. Tegelijkertijd is zichtbaar dat door de veranderende arbeidsmarkt, met de groei van verschillende type arbeidsrelaties en andere sectoren, de groep werkenden die geen pensioen opbouwt steeds groter wordt.   Het kabinet heeft eerder gemeld dit een zorgelijke ontwikkeling te vinden. In het kader van de vernieuwing van het pensioenstelsel zal het kabinet bezien of er maatregelen mogelijk zijn die ertoe leiden dat de pensioenopbouw onder werknemers wordt vergroot. Eveneens zal onderzocht worden in hoeverre zelfstandigen vrijwillig kunnen aansluiten bij een pensioenfonds, ook als zij niet eerder deelnemer waren van het pensioenfonds in de sector of het bedrijf waar ze nu werkzaam zijn.   In de beleidsdoorlichting van artikel 8 van de begroting van SZW zal worden ingegaan op de vraag in hoeverre wordt bereikt dat armoede onder AOW- gerechtigden wordt voorkomen en ouderen niet met een grote inkomensachteruitgang worden geconfronteerd na pensionering. De beleidsdoorlichting AOW zal eind 2019 worden afgerond.   9 Is het gezien de huidige krapte op de arbeidsmarkt niet wenselijk en aan te bevelen dat alle mensen die vrijwillig willen doorwerken na de AOW- gerechtigde leeftijd, dit ook toe te staan? Ziet u hier een kans om een nijpend arbeidsmarktprobleem voor een stukje aan te pakken? Zie de beantwoording van vraag 10.   10 Ziet u kansen om de mogelijkheid van vrijwillig doorwerken na de AOW- leeftijd te bevorderen en dit te entameren in CAO’s? Het kabinet vindt het belangrijk om doorwerken na de AOW-gerechtigde leeftijd mogelijk te maken, ook gezien de huidige krapte op de arbeidsmarkt. Met de invoering van de Wet werk en zekerheid (Wwz) in 2015 en de Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd in 2016 heeft de (toenmalige) regering al ingezet op het bevorderen van de mogelijkheden tot doorwerken na de AOW-gerechtigde leeftijd. Met de genoemde wetten zijn arbeidsrechtelijke belemmeringen voor het doorwerken na de AOW-gerechtigde leeftijd weggenomen. Zo is het onder andere mogelijk om bij cao van de ketenbepaling af te wijken ten aanzien van AOW-gerechtigde werknemers, kan ontslag plaatsvinden zonder tussenkomst van een rechter of het UWV, is de verplichting tot loondoorbetaling bij ziekte van een AOW-gerechtigde werknemer beperkt en is de opzegtermijn beperkt tot 1 maand. De regering steunt met deze maatregelen die het doorwerken na de AOW-gerechtigde leeftijd vergemakkelijken en aantrekkelijker maken, werkgevers en werknemers die van deze mogelijkheid gebruik willen maken. Het kabinet meent dat hiermee voldoende mogelijkheden worden geboden om het doorwerken na de AOW-gerechtigde leeftijd vorm te kunnen geven. Werkgevers en werknemers kunnen hiernaast in cao’s aanvullende afspraken maken over de mogelijkheden rondom het doorwerken na de AOW-gerechtigde leeftijd.   1) Trouw 21 maart 2019; https://www.trouw.nl/samenleving/rijksambtenaren- met-aow-mogen-straks-niet-langer-doorwerken-~a2979841/ 2) Zie bijvoorbeeld: onderzoek “Doorwerken na de AOW-gerechtigde leeftijd”. Van impact en drijfveren naar implicaties voor beleid. Maastricht University. Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt / ROA, 2017, zie verder: Werken met een AOW. Omvang, beweegredenen en risico’s van verdringing, NETSPAR, februari 2017. 3) Werken met een AOW. Omvang, beweegredenen en risico’s van verdringing, NETSPAR, februari 2017. blz. 44, 45. 4) Werken met een AOW. Omvang, beweegredenen en risico’s van verdringing, NETSPAR, februari 2017, blz. 46.   Toelichting: Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen ter zake van Wiersma (VVD), ingezonden 22 maart 2019 (vraagnummer 2019Z05669)   [1]
  Datum: 26 april 2019   Nr: 2019D17853   Indiener: K.H. Ollongren, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties   Bron:    tweedekamer.nl
submitted by kamerstukken-bot to kamerstukken [link] [comments]

Volkskrant, 3 januari: "Het is een merkwaardige sensatie je geld te zien verdampen - zo ziet het leven in de bitcoinbubbel eruit"

Het is een merkwaardige sensatie je geld te zien verdampen - zo ziet het leven in de bitcoinbubbel eruit
'Over een paar jaar lachen we erom... Of we huilen'
Was het de hang naar avontuur, het aanvoelen van de tijdgeest of gewoon geldzucht? Hoe dan ook: na enig aandringen zwichtte schrijver Daan Heerma van Voss voor de abstracte verleiding van de cryptomunten. Hij schetst hoe dat hem voorgoed veranderde.
Mijn cryptoverhaal begint in december 2016. Ik was met een goede vriend, laten we hem K. noemen, meegereisd naar een Marokkaans kustplaatsje waar vooral surfers kwamen. Of preciezer gezegd: lui die in de loop van het jaar genoeg hadden verdiend om tijdens de laatste weken van het jaar te doen alsof geld hen niet interesseerde en het leven draaide om vrijheid, golven en zon.
Zittend op het terrasje van het hostel begon K. over bitcoins. Als zoon van mijn vader zei ik bij voorbaat dat het oplichterij was. Stoïcijns vertelde hij verder. Een vriend van hem, een ict'er die in de ban was geraakt van het potentieel van digitale financiële innovaties, had een bedrijfje opgericht dat mensen tegen een commissie van 10 procent van de winst hielp bij het beleggen in cryptocurrency's (Zie uitleg op pagina V 7). K. was overtuigd door zijn vriend en vond dat ik mee moest doen. K.'s redenering: gewoon proberen. In het allerergste geval verlies je een paar duizend euro, in het gunstigste geval maak je een klapper. K. zou 5.000 euro beleggen, ik zou volgen met 3.000.
Helaas haperde de wifi van het hostel. Toen ik enkele dagen later weer in Nederland was en ik een mail van het bedrijfje kreeg, veranderde ik van koers. Bij nader inzien leek het me luchtfietserij. Ik zag ervan af. K. zette door. Die beslissing, die ik maar wijt aan een oer-Hollandse combinatie van calvinisme en lafheid heeft me 50 duizend euro 'gekost'.
Het spook van deze gemiste kans kwam me in de loop van 2017 regelmatig bezoeken, vooral wanneer ik K. sprak en hij weer eens vertelde over een vriend van hem die 300 euro had omgetoverd in 80 duizend euro. Ik besloot mijn contact met K. te minderen.
In november had ik eindelijk mijn trots opzijgezet en mijn scepsis overwonnen. Mijn boerenverstand zei me dat de digitale evolutie van de financiële wereld een logische en zelfs onvermijdelijke stap in de menselijke geschiedenis zou zijn. Ik mailde het bedrijfje dat ik alsnog graag een bitcoin kocht. Dat kon. De koers stond op 10 duizend dollar. En ik wilde een hele, niet een klein deel, wat ook had gekund. Dat leek me overzichtelijker en makkelijker bij het rekenen. Bovendien vond ik het beeld van een magische munt erg aanlokkelijk; misschien zou ik hem wel in een vitrine leggen.
Natuurlijk had ik niet overal bundeltjes van duizend liggen, 10 duizend dollar is voor mij een significant bedrag. Maar het zou ook niet het einde van de wereld zijn als ik het verloor. En was geld dat je misliep door niet te durven niet bijna even tastbaar als geld dat je mogelijkerwijs verloor door wél te durven? Met zulke drogredeneringen verleidde ik mezelf, totdat ik eindelijk het geld overmaakte. Op 28 november bezat ik officieel een bitcoin, ter waarde van tienduizend dollar. Tot mijn teleurstelling kreeg ik geen magische munt thuisgestuurd; de investering was geheel digitaal. Was dit een probleem? Betekende dit dat het inderdaad om luchtfietserij ging? In die weken dook overal het woord bubbel op.
Na lang nadenken meende ik van niet. Ik bezat ook reguliere aandelen, en wat wist ik daar nou precies van? Als ik de transacties volgde die de bank in mijn naam uitvoerde, kwam ik evenzeer in een digitale limbo terecht, een stelsel van plussen en minnen, van getallen in groen en in rood, waarvan ik niets begreep. Het hele financiële stelsel is nu eenmaal abstract. Cryptomunten zijn alleen extra abstract en natuurlijk extra volatiel. Terwijl ik me in het fenomeen verdiepte, begon ik ook dit soort woorden te gebruiken. Volatiel betekent niets anders dan onvoorspelbaar. En wat genoot ik ervan als mensen zo'n woord niet kenden en ik het mocht uitleggen, wat ik dan quasinonchalant deed.
Daar zat ik dan, november 2017, met mijn bitcoin. De prijs ging gestaag omhoog en van een internationale hype werd de munt een internationale obsessie. Goed nieuws voor mijn digital wallet. De ene kenner riep dat het een kwestie van tijd was voordat de bubbel zou barsten, de andere zei dat dit slechts het begin was van het succesverhaal van bitcoin. Ik besloot niets te doen, maar eerlijk is eerlijk: soms kon ik niet geloven dat ik echt 10 duizend euro in zo'n riskante onderneming had gestoken en moest ik mezelf bedwingen niet al mijn geld terug te vragen.
Beetje bij beetje maakte mijn onzekerheid plaats voor standvastigheid, en sloeg die standvastigheid om in hoogmoed. Op 17 december bereikte bitcoin zijn voorlopige hoogtepunt: één munt was nu 20 duizend dollar waard. Mogelijke vakantiebestemmingen verschenen in mijn gedachten. Kaapverdië, Madagascar, misschien Vuurland.
Maar toen het op de radio nog over weinig anders ging dan bitcoin, begon ik me zorgen te maken. Hoe meer huismoeders, leraren en studenten in de munt investeerden, hoe meer de reële prijs werd vertekend; bitcoin was overbought. Ook bleek ik een regelrechte cryptosnob te zijn. Elke keer dat ik een Bertus of Anja hoorde vertellen dat ze toch maar een stukje van zo'n munt hadden gekocht, kromp mijn maag ineen. Niet omdat ik hen minderwaardig vond, maar omdat ik wist dat zij mij waren en ik hen. En dat wilde ik niet. Mijn ego weigerde een plaatsje in de financiële mainstream.
Na met K. en zijn vrienden te hebben gesproken, meende ik dat de toekomst school in altcoins: crypto-munten die een alternatief (alt) vormen voor de bitcoin. Vele van deze altcoins waren technologisch verder ontwikkeld dan de bitcoin, ze waren nog goedkoop, en het was een kwestie van tijd voordat de markt zou uitdijen. Mijn kennismaking met cryptogeld had ertoe geleid dat al het geld als virtueel, onecht aanvoelde, ook dat op mijn bankrekening. Wat kon het dan voor kwaad om nog een beetje extra in te leggen, een klein beetje maar? Zolang ik het aan niemand vertelde, had ik niks verkeerds gedaan.
Ik legde nog eens 3.000 euro in bij de vriend van K. Maar hiermee was mijn onrust niet gestild. Ik besloot ook zelf te gaan handelen. Mijn sociale kring raadde me dit sterk af; meer nog dan dat ze de onvoorspelbaarheid van de markt - ze bedoelden natuurlijk volatiliteit - vreesden, waren ze bang dat ik me, gezien mijn verslavingsgevoeligheid, geheel zou verliezen in deze wereld. Zoals altijd zouden ze gelijk krijgen.
Ik downloadde Etoro, een app die het midden houdt tussen een social medium en een aandelenportefeuille: je kunt zelf beleggen maar ook met andere speculanten communiceren. Ik leegde al mijn digitale sokken en legde duizend dollar in. Op aanraden van K. kocht ik DASH, Ethereum, twee gangbare cryptomunten, en vooruit, nog een klein stukje bitcoin erbij.
Nu kwam ik dan eindelijk in de buurt van de kern van de crypto-ervaring: de laagdrempeligheid. Iedereen kan het doen. Het is een kwestie van een app downloaden, wat geld storten en zelf gaan kopen en verkopen. Financieel succes in de cryptowereld is niet voorbehouden aan de gladde jongens, de Gordon Gekko's, de Wolves of Wall Street. Het merendeel van de speculanten gokt, handelt op basis van een vage tip, volgt een trend, of doet eenvoudigweg maar wat. Winnaars in de cryptowereld zijn niet noodzakelijkerwijs winnaars in het echte leven. De vriend van K. die zijn 300 euro had getransformeerd in 80 duizend, was gewoon een jongen die voor zijn beroep rondleidingen verzorgde op de Wallen, graag in zijn joggingbroek door het huis liep en peukjes rookte onder de afzuigkap. De kern van zijn succes? Hij had een werkloze vriend een paar boeken over cryptocurrency's gegeven en gezegd: jij gaat dit helemaal doorgronden en samen gaan we geld verdienen. Zo geschiedde. Waarover je wel moet beschikken: stalen zenuwen. Daarover later meer.
Het in de gaten houden van de cryptokoers veranderde snel van een grapje in een dwangneurose. Ik controleerde zeker elk kwartier hoe het ervoor stond. Soms staarde ik minutenlang naar de immer fluctuerende cijfers en altijd als ik naar de wc ging, trok ik mijn telefoon uit mijn broekzak. Natuurlijk betreurde ik dit gedrag, maar het was alsof ik niet anders kon. Een blik op de koersen, even spieken, dat was toch niet zo'n ramp? Zo herken je een verslaving: niet aan de compulsie, maar aan het goedpraten ervan.
Ik moest duidelijke grenzen stellen, zei ik tegen mezelf. Ik bezwoer te zullen stoppen wanneer ik 25 procent van mijn inleg had verloren. Een bovengrens stelde ik niet. Dat laatste zou een vergissing blijken. Juist die grenzeloosheid maakt ongekend hebberig: je wilt altijd meer.
Tot mijn verrassing ging de koers telkens omhoog. Al in mijn eerste week had ik mijn 1.000 dollar omgezet in 1.200 dollar. Dagelijks luisterde ik nu naar de podcast van Crypto Bobby, een zelfverklaard crypto-analist uit Amerika, een dertiger die er duidelijk plezier in schepte dat hij, die nooit naar een Ivy League-universiteit was geweest, een online orakel was geworden. Crypto Bobby geloofde heilig in Ripple, een netwerk dat complexe internationale betalingen tussen financiële instellingen aanzienlijk vereenvoudigt.
Ik verkocht mijn kleine stukje bitcoin (en behield de hele) en zette in op Ripple. Door die zet zat ik de week erop op 1.700 dollar. De week dáárop, dus in drie weken in totaal, had ik mijn inleg verdubbeld, iets wat met normale aandelen vrijwel onmogelijk zou zijn geweest.
Het ritme van de koers was steeds hetzelfde: een aandeel ging steil omhoog, viel dan 10 tot 20 procent omlaag, en ging weer omhoog. Het is de truc om niet te panikeren bij zo'n val, die ingewijden 'een correctie' noemen. De echte cryptohandelaar blijft rustig. Tussen de speculanten, zo zag ik op de social media, heerst solidariteit. Ze communiceren in jargon. Het standaardcommentaar bij een vallende koers is HODL!, aanvankelijk een verkeerde spelwijze van HOLD!, maar inmiddels heeft het de status van acroniem gekregen: Hold On for Dear Life. ATH betekent All Time High. Een whale: een grote speler die de kleine spelers, het zogeheten plankton, intimideert en uiteindelijk opvreet. To the moon drukt een euforisch vertrouwen in een bepaalde coin uit. Maar als dat mislukt, ben je rekt, ofwel wrecked: financieel geruïneerd. En het grootste deel van de tijd verkeer je in FUD: Fear, Uncertainty and Doubt. Pas wanneer je gaat piepen als het tegenzit, verlies je het respect van de cryptogemeenschap; dan wordt je in niet misverstane bewoordingen gezegd dat je niet gemaakt bent voor de cryptowereld. Het financiële Wilde Westen is niet voor slappelingen.
Langzaam maar zeker beschouwde ik mezelf als ingewijde. Op feestjes veranderde ik in die ene eikel die steeds over zijn beleggingen praat. Mensen vroegen me dan of het niet allemaal een bubbel was. 'Tja', antwoordde ik dan, volleerd economisch mysticus, 'alles waar mensen in geloven zonder te weten waarom, is een bubbel.' Mijn humeur volgde in toenemende mate de grafiek van mijn coins: bij stijgingen was ik vrolijk, bij dalingen chagrijnig. Mijn geliefde zag deze transformatie met lede ogen aan, totdat ze bedacht dat ze wel erg graag bepaalde fluwelen sandalen van Yves Saint Laurent wilde hebben. Ze vroeg me 500 dollar voor haar te beleggen, wat ik met liefde deed. Zodra ik 250 dollar extra had verdiend, zou ze eruit stappen. Zonder haar hiervan te verwittigen, stortte ik nog wat eigen geld in 'haar' wallet, want zolang het niet in de mijne zat, telde het niet echt. Ik beheerde nu vier portefeuilles, die van mezelf, die van haar, mijn ene bitcoin, en mijn Altcoin-buideltje bij de vriend van K. Ik was kortom een bescheiden speler geworden.
En de zaken gingen goed. Binnen een week had ik 150 dollar voor mijn geliefde verdiend; de fluwelen sandalen waren binnen handbereik. Ik praatte mezelf aan dat ik er verstand van had, en waarom ook niet: alles wat ik aanraakte, veranderde in virtueel goud: to the moon! Toen ik op de kerstborrel van de krant, nadat ik natuurlijk weer over niks anders had gepraat dan cryptogeld, werd gevraagd dit stuk te schrijven, nam ik me voor mijn toekomstige inkomsten onmiddellijk om te zetten in crypto-munten. Ik was onoverwinnelijk. En toen brak 22 december aan. De dag die zou voortleven als de Red Webbing; een woordspeling op Red Wedding, een van de bloederigste afleveringen van Game of Thrones.
Al toen ik wakker werd en mijn eerste slaperige blik op de koersen wierp, wist ik dat het fout zat. Mijn 1.000 dollar was geslonken tot 800. Fear, Uncertainty, Doubt. Terwijl ik koffie zette, was dit gedaald tot 600. Hoe was dit mogelijk? Nergens was enig cryptonieuws te bespeuren. In de afgelopen twee weken was regelmatig gewaarschuwd voor het naderend barsten van de bubbel, er werd gezinspeeld op een op handen zijnde massale correctie, en sinds kort was het mogelijk 'short' te gaan op bitcoin en geld te zetten op het dalen of zelfs ineenstorten van de munt. Maar vandaag leek niets bijzonders aan de hand. Ik keek in mijn portefeuille: alles stond in het rood, werkelijk elke munt daalde sterk.
Dit kon twee dingen betekenen: ofwel de bubbel was inderdaad gebarsten, ofwel deze daling was gemanipuleerd door whales die de markt expres lieten dalen om het plankton de markt uit te jagen. Het laatste scenario leek me plausibeler: Goldman Sachs had zojuist een apart kantoor opgezet dat zich volgend jaar exclusief zou gaan bezighouden met cryptogeld, teken aan de wand dat het financiële establishment zich achter de revolutie schaarde, zodat de cryptomarkt alleen maar in waarde zou stijgen. Ik keek weer op mijn telefoon: 400 dollar eraf. Ik kreeg sms'jes van vrienden, die me aanraadden 'voor de zekerheid' al mijn cryptogeld te verkopen. Wat moest ik doen? Twee uiterst verwarrende uren later was er van mijn 1.000 dollar winst nog precies 15 dollar over, een daling van 6.666 procent. Ook mijn andere portefeuilles waren hard geraakt: in een tijdbestek van enkele uren had ik meer dan 10 duizend euro verloren. De fluwelen sandalen waren verder weg dan ooit. Verdwenen was Kaapverdië. Weg was Madagascar. Onvindbaar was Vuurland. Het was een uitgelezen moment in paniek te raken, wat ik dan ook deed.
In foetushouding op de bank gelegen maakte ik een ronde langs de sociale platforms. Natuurlijk waren er mensen die met de moed der wanhoop HODL! riepen, maar die waren veruit in de minderheid. Een of andere Duitser genaamd Rick zei: 'EVERYBODY! YOUR MONEY IS GONE. OVER, DEAD!' Ene Anna uit Frankrijk: 'This is it. We are witnessing history. The Red Webbing. Sell everything before it's too late.' Antwoord van Sebastian uit Amerika: 'It is too late. All my savings are gone. I am rekt.'
Hij stond niet alleen: honderdduizenden mensen waren op dit moment geld aan het verliezen dat ze nooit hadden mogen beleggen, levens werden overhoopgegooid, sommige vermoedelijk zelfs verwoest. Een speculant uit Australië verwees naar de recente zelfmoord van iemand die 15 duizend bitcoins had bezeten, ze na een daling allemaal had verkocht en zo vijftig miljoen dollar was misgelopen.
Het is een merkwaardige sensatie je geld te zien verdampen. Virtueel geld is virtueel zolang je het niet verliest. Zoals Mike Tyson ooit eloquent stelde: 'Everyone has a plan until they get punched in the mouth.' Mijn complottheorie was mooi, maar langzamerhand werd het andere scenario plausibeler: de hele markt was voorgoed ingestort. Bij zo'n afschuwelijke val, zo ervoer ik, is het niet zozeer het verlies zelf dat ondraaglijk is, maar de onzekerheid. Je weet eenvoudigweg niet wanneer de val ophoudt. Daarom kiest de onervaren belegger liever voor een negatieve zekerheid: verkopen op een slecht moment en dan maar een ampel maar nog net draaglijk verlies lijden. Een soortgelijk overlevingsinstinct nam ook mij in zijn bezit. Ik moest alles verkopen voor het niets meer waard was.
Maar voor ik dat deed, moest ik die vriend van K. te spreken krijgen, die, de winst van de afgelopen weken meerekenend, bijna 20 duizend dollar van mijn geld beheerde. Gelukkig nam hij meteen op. 'Ik geef geen advies', zei hij, 'daartoe voel ik me niet bevoegd. Ik kan je alleen zeggen wat ik weet: als ik nooit aan panic selling zou hebben gedaan, had ik nu vier keer zo veel op mijn bankrekening staan. Dit is een klassieke shake-out: er wordt aan de boom geschud en wie hier niet hoort, valt eruit. Iedereen die nog een mooi kerstcadeau wil kopen, stapt eruit. Iedereen die bang is, stapt eruit.' Het viel stil. 'En wat doe jij?' Wat hij eigenlijk vroeg: wie ben jij? Ben jij een HODL'er, een krijger, of ben je een doorsnee bangerik?
'Je hebt gelijk', zei ik met gemaakt lage stem. 'Gewoon blijven zitten.'
'Heel goed. Over een paar jaar lachen we erom.'
'Of we huilen.'
'Of we huilen', beaamde hij.
Toen pas vond ik de sleutel tot innerlijke rust. Ik dacht aan mijn gesprekken met Nederlandse militairen in Mali, toen ik daar embedded was. Zij zeiden dat ze zichzelf voor elke uitzending inbeeldden dat ze dood waren. Alleen op die manier konden ze angstvrij en rationeel handelen. Ik visualiseerde dat ik al mijn ingelegde geld kwijt was, ik was rekt. Ogen dicht. Diep inademen.
En op dat moment gebeurde iets wonderlijks. De val stokte. De paar dollars op mijn rekening die nog groen waren, bleven groen. En vlak daarna begonnen de koersen weer te stijgen. Ik zette opnieuw koffie en ik had weer 200 dollar. Toen het journaal over de grote cryptoval repte, gingen alle munten alweer steil omhoog. Nadat ik de aardappels had geschild, zat ik op 500. En 's avonds bij het eten waren vrijwel al mijn winsten weer terug. Het was alsof er niets was gebeurd.
De enigen die vandaag verlies hadden geleden, waren de mensen die hun intuïtie hadden gevolgd, die hadden verkocht. Dat was de les van vandaag: alle brave mensen die hun geld als reëel beschouwden, die het zich eigenlijk niet konden permitteren te verliezen, waren gestraft. En zij die tegen alle impulsen in op het laagste punt hadden ingekocht, de grote banken, de whales en de rijkeluizen, waren beloond. De cryptowereld is weliswaar voor iedereen toegankelijk, begreep ik nu, maar alleen degenen die zich de luxe kunnen veroorloven geld als speelgeld te beschouwen, zijn bestand tegen de wetteloosheid die er heerst.
En ik? Heeft deze historische dag mij veranderd?
Toch wel. Sindsdien kijk ik niet meer zo vaak naar de koersen. Ik geloof het wel. Ik heb de Red Webbing doorstaan, ik ben al eens uit de financiële dood opgestaan, mij kan niks meer gebeuren. Nog altijd geloof ik dat de behoefte aan digitale innovaties de komende jaren en decennia alleen maar zal stijgen en vrijwel alle cryptovoorspellingen sterken me in mijn overtuiging. (Crypto Bobby weet het echt heel zeker; in 2018 wordt hij multimiljonair.) Maar ik heb een nieuwe tactiek. Over een paar jaar kijk ik wat mijn munten waard zijn, de dagelijkse koersen zal ik niet meer volgen. Die koersen zullen scherp stijgen, scherp dalen en uiteindelijk vermoedelijk weer omhoog gaan. Maar het dunne lijntje dat de koersen verbond aan mijn gemoed, is geknapt.
Op een van de eerste dagen van het nieuwe jaar zwaait ergens in Amsterdam de deur van een kledingzaak open. Mijn geliefde en ik komen binnen, schuifelen rond en leggen een paar fluwelen sandalen op de toonbank. We betalen met echt geld, dat knispert, dat muf ruikt, dat door duizenden handen is aangeraakt. Niemand die weet dat dit geld is geboren in de bubbel die voor even mijn leven was.
Daan Heerma van Voss' STOOMCURSUS CRYPTOCURRENCY
Met cryptocurrency kun je echt betalen, maar er is geen bescherming van regels of instanties.
Cryptocurrency's, ook wel cryptomunten genoemd, zijn digitale munteenheden die het bestaande geldsysteem aanvullen en op den duur zelfs grotendeels zouden kunnen vervangen. Cryptomunten zijn geen echte munten, het zijn veeleer computerprogramma's, of toepassingen die het digitale financiële verkeer vergemakkelijken, waarvan de koers fluctueert op de open markt. Vrijwel alle cryptomunten zijn gedecentraliseerd: er is geen centrale instantie als een nationale bank of regelgever of overheid bij betrokken. Daarom zijn cryptomunten uitstekend geschikt voor internetgebruik.
De eerste cryptomunt in de geschiedenis was de bitcoin. Bitcoin is bedacht door whizzkids die rondom de beurskrach van 2008 hun vertrouwen in de oude economie waren kwijtgeraakt en op zoek gingen naar een nieuw systeem. In datzelfde jaar werd de munt geïmplementeerd. Een bitcoin heeft veel toepassingen. Je kunt er onder meer goederen mee kopen, je kunt er diensten mee betalen, je kunt ermee speculeren en je kunt ze omruilen voor fysiek geld. Transacties met bitcoin zijn direct, je betaalt nauwelijks transactiekosten en de munt biedt een grote mate van anonimiteit.
In ouderwetse termen gedacht, kan de bitcoin het beste worden gezien als digitale goudstaaf: het is de oer-cryptomunt, die van alle cyptomunten door de meeste banken wordt geaccepteerd. De kans dat de bitcoin (al) zijn waarde verliest is daarom nihil.
Elke cryptomunt stoelt op een technologische innovatie, die slechts weinigen echt begrijpen en waarvan niemand weet of die duurzaam is. Daarom is ook moeilijk te doorgronden waarom de ene munt daalt en de andere stijgt. Deze massale onwetendheid vergroot de volatiliteit (onvoorspelbaarheid) zeer.
Een stijging van een bepaalde munt wordt automatisch versterkt, omdat mensen vermoeden dat er een reden achter de stijging zit en ze de boot niet willen missen. Daling van een bepaalde munt wordt evenzeer versterkt, omdat mensen bang zijn dat de bubbel barst. En aangezien de cryptomarkt grotendeels door amateurs wordt bestierd, hebben deze basale emotionele impulsen een extreem grote weerslag op de dagelijkse koers.
In de cryptowereld is het moeilijk betrouwbare informatie in te winnen. De mensen die roepen dat de crypto-economie exponentieel zal blijven groeien, doen dat deels uit eigenbelang: ook zij hebben er geld in zitten.
Maar de nationale regeringen en bankenconcerns die blijven volhouden dat de bubbel binnenkort zal barsten, doen dat vaak ook niet uit liefdadigheid. Menig land dat de bitcoin eerst heeft veroordeeld - zoals Rusland of China - blijkt dit vooral te hebben gedaan om de prijs te drukken. Achter de schermen kochten ze voor miljarden aan cryptomunten, waarna ze de nieuwe economie toch maar omarmden, en zo een grote winst opstreken.
Is dat legaal? Niemand weet het. De financiële regelgeving ligt ver achter op de cryptowerkelijkheid. Er is geen bescherming, geen financiële autoriteit waartoe je je kunt wenden bij grote verliezen, en als je gehackt wordt, ben je alles kwijt. Nog zo'n term die ik als cryptonovice vaak tegenkwam: de cryptowereld is het financiële Wilde Westen.
submitted by F1service to Ethtradernl [link] [comments]

Capital gains tax vs. vermogensrendementsheffing

Ik dacht dat leuk was om een keer te kijken wat voor invloed de verschillende belastingstelsels hebben op de SWR. Dus ik heb een model gebouwd waarin de VRH en capital gains tax met elkaar worden vergeleken.
Enkele basis assumpties: - Met withdrawal rate wordt bedoeld het bedrag (inflatiegecorrigeerd) wat je elk jaar netto opneemt. Dat wil zeggen, het bedrag wat je over houd nadat je VRH of capital gains tax betaald hebt. - De inflatie is constant. - Het rendement is constant. - Het startkapitaal is telkens €1m en de withdrawal rate 4% (40k/jaar). - Dividend is niet meegenomen bij deze analyse.
Werking van het VRH model: - Het heffingsvrij vermogen waarmee is gerekend is 45k (2018: alleenstaande 30k. Samenwonend 60k). - De belastingschalen van 2018 zijn gebruikt.
Werking van het capital gains (delay) model: - Je betaalt belasting op het moment dat je verkoopt. - winst door inflatie wordt op dezelfde manier belast als rendement. - De waarde in de grafiek is netto. (de hoeveelheid die je zou hebben na het betalen van "exit tax")
Werking van het capital gains (direct) model: - Zelfde als het capital gains (delay) model, maar de aandelen worden elk jaar verkocht/opnieuw aangekocht waardoor je een taxable event krijgt.
plaatjes: https://imgur.com/a/SDtZqr1
Conclusies: - Onder 'tegenvallende' economische condities (zeg 2-3% rendement) is de VRH ongeveer gelijkwaardig aan 30% capital gains tax. Verhuizen naar een land met 15% capital gains tax betekent dat je 3 tot 5 jaar langer met je geld kunt doen. - Het "uitstellen" van capital gains tax door aandelen niet te verkopen levert een significant belastingvoordeel op. Voor wie dat van toepassing is, het is van belang om een index te kiezen die je over 10 jaar nog steeds aan willen houden. Dit kan toch alleen maar slecht zijn voor de marktwerking? - Naarmate het rendement oploopt wordt de VRH steeds aantrekkelijker. Alhoewel dit niet getoond is verslaat het VRH model elk ander model bij 10% rendement, maar daar heb je natuurlijk niets aan als bezoeker van deze sub. - De VRH is iets minder gevoelig voor inflatie, maar zelfs bij 100% inflatie is de VRH nog slechter dan 15% capital gains (delay).
Het model zou eventueel nog wat verbeterd kunnen worden door rekening te houden met dividenden, uitrekenen van maximale SWR e.d..
Ik vind de VRH een mooi systeem. Maar op basis van deze analyse heeft een capital gains tax systeem met name voordelen als het economisch niet heel goed gaat, of als je je aandelen heel lang laat staan (geen taxable events). Het zijn juist deze situaties die belangrijk zijn voor de maximale SWR.
submitted by Tulip-Stefan to DutchFIRE [link] [comments]

Antwoord op vragen van de leden Omtzigt en Ronnes over ING, dat de balans met 180 miljard euro bijstelde, de accountant die niet weet wat onder die post valt, de bank die zo bankenbelasting bespaarde en vervroegd staatssteun afloste in 2014 en begon met het uitbetalen van bonussen

  Geachte voorzitter,   Hierbij zend ik u mede namens de staatssecretaris van Financiën de beantwoording van vragen van de leden Omtzigt en Ronnes (beiden CDA) die zijn gesteld op 6 november 2018.   Hoogachtend,   de minister van Financiën,   W.B. Hoekstra   2018Z20126   Vragen van de leden Omtzigt en Ronnes (beiden CDA) aan de staatssecretaris van Financiën en de minister van Financiën over ING, dat de balans met 180 miljard euro bijstelde, de accountant die niet weet wat onder die post valt, de bank die zo bankenbelasting bespaarde en vervroegd staatssteun afloste in 2014 en begon met het uitbetalen van bonussen (ingezonden 6 november 2018)   Vraag 1   Herinnert u zich de antwoorden op Kamervragen over het bericht dat ING dat haar balans over 2014 en 2015 aanpaste met meer dan 180 miljard euro? 1)   Antwoord op vraag 1   Ja.   Vraag 2   Heeft u kennisgenomen van het stuk “Fiscus liep 153 miljoen mis doordat ING haar balans oppoetste – foutje bedankt!" 2)   Antwoord op vraag 2   Ja.   Vraag 3   Herinnert u zich dat u geen voorbeeld kon noemen van enig ander bedrijf in Nederland dat ooit zijn balans heeft moeten bijstellen voor 180 miljard euro en heeft u ondertussen al een ander bedrijf kunnen vinden dat ooit zo’n gigantische balanscorrectie heeft doorgevoerd?   Antwoord op vraag 3   In mijn brief d.d. 16 oktober jl. ben ik ingegaan op de presentatie van cash pooling in de verslaglegging van banken. De internationale verslaggevingsstandaarden staan toe dat bedrijven, zoals ING, cijfers op netto basis presenteren indien naar de mening van het bedrijf en haar accountant aan de door de International Accounting Standards Board (IASB) gestelde voorwaarden wordt voldaan. Mijn begrip van de openbare verslaglegging was toen - en is nu nog steeds - als volgt. In de verslaglegging van ING over de jaren 2014, 2015 en 2016 is cash pooling op netto basis gepresenteerd. Deze verslaglegging is voor zover bekend op dit onderwerp niet bijgesteld of gecorrigeerd. In de verslaglegging over 2016 zijn vergelijkende cijfers voor de jaren 2014 en 2015 op bruto basis gepresenteerd.   Vraag 4   Herinnert u zich dat u ABN Amro en Rabobank noemde als andere voorbeelden van banken die hun balans hebben bijgesteld en kunt u aangeven voor hoeveel zij hun balans over die jaren hebben bijgesteld?   Antwoord op vraag 4   De verwijzing zag op het feit dat meerdere banken, ten aanzien van cash pooling, in de verslaglegging zowel bruto als netto bedragen presenteren. Ik heb in die beantwoording niet gesteld dat de verslaglegging bij deze banken is “bijgesteld”. Voor het verschil in omvang tussen de bruto en netto posities verwijs ik u naar de openbare verslaglegging van de desbetreffende banken.   Vraag 5   Is het dus waar dat de correctie op de balans bij ING, die in een summiere voetnoot werd toegelicht, uniek was in omvang?   Antwoord op vraag 5   In het algemeen leidt het netteren van cash pooling activiteiten in de geconsolideerde balans tot een lager balanstotaal. Ik beschik niet over informatie dat hier sprake zou zijn van een unieke situatie.   Vraag 6   Heeft u gehoord dat op de hoorzitting in de Kamer van de zijde van Ernst & Young (EY), medeverantwoordelijk voor de accountantscontrole bij ING, door prof. De Bos op vragen van Kamerlid Ronnes over deze 180 miljard euro correctie is geantwoord: "U moet me niet vragen wat de onderliggende posten zijn" ? 3)   Antwoord op vraag 6   Ja.   Vraag 7   Wat is de waarde van een jaarrekening, als je die voor 180 miljard euro mag corrigeren en als de accountant niet weet wat de onderliggende posten zijn?   Antwoord op vraag 7   Op basis van internationale verslaggevingsstandaarden mogen bedrijven het nettobedrag opnemen indien de onderneming: (a) een in rechte afdwingbaar recht heeft om de opgenomen bedragen te salderen; en (b) voornemens is om de verplichting op nettobasis af te wikkelen of om de vordering te realiseren op hetzelfde moment dat de verplichting wordt afgewikkeld. Met andere woorden, zowel in juridische zin als in economische zin moet er een rechtvaardiging zijn om te netteren. Ik hecht aan een goede vergelijkbaarheid van de financiële positie van beursgenoteerde ondernemingen door aan te sluiten bij deze internationale verslaggevingsstandaarden.   Vraag 8   Weet u wat de onderliggende posten van de correctie van 180 miljard euro zijn? Zo ja, wat zijn die dan?   Antwoord op vraag 8   Cash pooling wordt met name gebruikt door bedrijven met meerdere rekeningen en activiteiten in verschillende landen. Bij het poolen van meerdere rekeningen van één klant kunnen positieve en negatieve standen van de klant worden gesaldeerd. Die saldering kan ertoe leiden dat cijfers op grond van internationale verslagleggingstandaarden ook op netto basis gepresenteerd mogen worden.   Vraag 9   Kunt u specificeren waar de post 'other' onder customer deposits op pagina's 228 en 229 van de jaarrekening 2016 uit bestaat? Bevat die post uitsluitend cash of ook andere financiële instrumenten? Betreft de volledige correctie uitsluitend 'notional cash pooling' producten?   Antwoord op vraag 9   Zie het antwoord op vraag 8. Hierover heb ik niet meer informatie dan beschikbaar in de openbare verslaglegging.   Vraag 10   Indien u niet met absolute zekerheid kunt zeggen wat die onderliggende posten zijn, wilt u dan bij ING en/of de accountant en/of de toezichthouder opheldering vragen?   Antwoord op vraag 10   Het is niet aan mij om “met absolute zekerheid” uitspraken te doen over onderliggende posten van individuele banken. Het ministerie is niet verantwoordelijk voor de inhoud van de verslaglegging van individuele banken. Het is aan de accountant om de jaarrekening te controleren op basis van de standaarden. De AFM houdt toezicht op de financiële verslaggeving van effectenuitgevende instellingen.   Vraag 11   Weet De Nederlandsche Bank (DNB) als toezichthouder wat de onderliggende posten van de correctie van 180 miljard euro zijn? Zo ja, wat zijn die dan?   Antwoord op vraag 11   Het is aan de prudentiële toezichthouder om - los van de jaarlijkse verslaggeving - te controleren of de prudentiële rapportage door banken volgens de daarvoor geldende regels geschiedt. De prudentiële toezichthouder doet geen mededelingen over het toezicht op individuele banken. Het is aan de accountant om de jaarrekening te controleren op basis van de standaarden. De AFM houdt vervolgens toezicht op de financiële verslaggeving van effectenuitgevende instellingen.   Vraag 12   Herinnert u zich dat u via een grafiek in bedekte termen meedeelde dat de leverage ratio van ING eind 2015 3,6% bedroeg, na de balanscorrectie?   Antwoord op vraag 12   Uit publieke jaarverslagen valt af te leiden dat ING over de jaren 2014 en 2015, de leverage ratio, met cash pooling zowel op netto basis als bruto basis rapporteerde. Met cash pooling op netto basis bedroeg de leverage ratio van ING 3,6% over 2014. Op bruto basis was dit 4,1%. Het is aan de prudentiële toezichthouder om - los van de jaarlijkse verslaggeving - te controleren of de prudentiële rapportage door banken volgens de daarvoor geldende regels geschiedt.   Vraag 13   Is het waar dat de minimaal vereiste leverage ratio van ING 4% bedroeg in die tijd en dat ING met een leverage ratio van 3,6% helemaal niet de laatste staatssteun had mogen aflossen?   Antwoord op vraag 13   In 2014 heeft de toenmalige minister van Financiën aangegeven dat de Nederlandse systeembanken tot en met 2018 moesten streven naar een leverage ratio van minimaal 4%. Dit was geen wettelijke ondergrens. DNB heeft toen aangegeven dat alle banken een leverage ratio doelstelling hebben opgenomen in hun meerjarige kapitaalplanning. In de toekomst zullen consequenties gelden bij het niet voldoen aan een wettelijke minimum leverage ratio eis.   Vraag 14   Indien de kapitaal ratio 3,6% was, had ING dan toestemming gekregen om de laatste tranche staatssteun terug te betalen?   Antwoord op vraag 14   Zoals ik ook onder vraag 13 heb aangegeven, speelde deze situatie niet bij de terugbetaling van de staatssteun. In 2008 nam Nederland een maatregel waarbij de Nederlandse Staat 10 mld euro aan effecten, uitgegeven door ING, in handen nam. Met de Europese Commissie zijn afspraken gemaakt over de terugbetaling. De laatste terugbetaling is in 2014 voldaan.   Vraag 15   Is het waar dat alleen omdat ING de staatssteun had afgelost in november 2014, in maart 2015 kon worden overgegaan tot forse salarisverhogingen voor de top, zoals voor de heren Hamers, Nagel en Flynn en de uitkering van bonussen? 4)   Antwoord op vraag 15   Met de Europese Commissie zijn, naast het vragen van een redelijke vergoeding voor de steun, ook afspraken gemaakt over beloningen. Naast deze afspraken gold sinds 2011 voor ING in verband met de staatssteun onder meer een verbod op salarisverhoging en uitkering van variabele beloningen voor de top ingevolge de voorloper van de Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen (Wbfo).   Vanaf terugbetaling van de staatssteun gelden deze beloningsregels en afspraken niet meer, maar gelden onverkort de regels van de Wbfo, waaronder een bonusplafond van 20% van de vaste beloning en de mogelijkheid tot terugvordering en aanpassing van variabele beloningen (claw back en malus). Daarnaast moet de beloning voldoen aan de vereisten voor een ‘beheerst beloningsbeleid’. Hierbij blijft het van belang dat de raad van commissarissen van banken zich steeds rekenschap geeft van de maatschappelijke context en de huidige situatie in ogenschouw neemt.   Vraag 16   Herinnert u zich dat u schreef: “het ministerie is in 2015 door ING op de hoogte gesteld van het feit dat het wel of niet netteren van «cash pooling» van invloed kan zijn op de totale blootstelling van een bank en daarmee ook de leverage ratio"?   Antwoord op vraag 16   Ja.   Vraag 17   Kunt u de datum noemen waarop het ministerie op de hoogte gesteld is en het desbetreffende document (brief, memo, e-mail of dergelijke) waarin dat staat, aan de Kamer doen toekomen?   Antwoord op vraag 17   Op 29 januari 2015 heeft ING tijdens een bijpraatgesprek op het ministerie aangekaart dat het wel of niet netteren van cash pooling van invloed kan zijn op de leverage ratio. Naar aanleiding hiervan heeft mijn ambtsvoorganger intern gevraagd om meer informatie over de nettering van cash pooling binnen de berekening van de leverage ratio. Daarna is mijn ambtsvoorganger geïnformeerd dat het aan de prudentiële toezichthouder is om - los van de jaarlijkse verslaggeving - te controleren of de prudentiële rapportage door banken volgens de daarvoor geldende regels geschiedt. Zoals aangegeven in eerdere beantwoording, eist het voorstel van de Europese Commissie ten aanzien van de kapitaaleisen dat fysieke saldering van cash pools dagelijks – of naar mening van de toezichthouder frequent genoeg – plaatsvindt. De onderhandelingen over dit voorstel zijn nog niet afgerond.   Vraag 18   Waarom heeft uw ambtsvoorganger toen hij dit hoorde geen actie ondernomen op het gebied van terugbetaling van staatssteun en terugvorderen van de bonussen?   Antwoord op vraag 18   Dit was toen niet aan de orde. Zie de antwoorden op vragen 13, 14 en 17.   Vraag 19   Heeft ING een foutherstel doorgevoerd of een stelselwijziging, aangezien dit niet staat in het jaarverslag?   Antwoord op vraag 19   Voor zover ik op basis van openbare stukken kan zien heeft ING geen “foutherstel” doorgevoerd ten aanzien van de verslaglegging over de jaren 2014, 2015 of 2016. Of dit nodig was is overigens niet aan mij maar aan ING en de controlerend accountant. In de verslaglegging van ING over 2016 wordt uitgelegd dat ING in de loop van 2016 haar beleid heeft gewijzigd waardoor saldering aan het einde van elke verslaggevingsperiode plaatsvindt. Dit wordt toegelicht op pagina’s 121 en 122 van de verslaglegging van ING over 2016 en leidt tot een wijziging van de vergelijkende bedragen. Zie voor de juiste terminologie mijn antwoord op vraag 20.   Vraag 20   Indien ING voor de wijziging een vrijwillige stelselwijziging heeft doorgevoerd, heeft u dan in de jaarrekening kunnen aantreffen (conform International Accounting Standards 8.29): “de aard van de stelselwijziging; de redenen waarom het nieuwe stelsel betrouwbare en meer relevante informatie geeft; het bedrag van de aanpassing voor de huidige periode en voor elke voorafgaande periode; het bedrag van de aanpassingen met betrekking tot perioden voorafgaand aan de perioden die in de vergelijkende cijfers worden gerapporteerd; indien van toepassing, de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat het praktisch niet mogelijk is om de stelselwijziging geheel of gedeeltelijk met terugwerkende kracht toe te passen en een beschrijving van hoe en vanaf wanneer de stelselwijziging wel is doorgevoerd.” Zo, ja waar heeft u die kunnen aantreffen?   Antwoord op vraag 20   Officiële vertalingen van IAS-standaarden treft u aan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Daar wordt niet gesproken over een “stelselwijziging”. Wel wordt gesproken over “wijzigingen in de grondslagen voor financiële verslaggeving” (ook wel: “changes in accounting policies”). In de verslaglegging van ING over 2016 wordt uitgelegd dat ING in de loop van 2016 haar beleid heeft gewijzigd waardoor saldering aan het einde van elke verslaggevingsperiode plaatsvindt. Dit wordt toegelicht op pagina’s 121 en 122 van de verslaglegging van ING over 2016 en leidt tot een wijziging van de vergelijkende bedragen. Het is aan de accountant om de jaarrekening te controleren op basis van de standaarden. De AFM houdt vervolgens toezicht op de financiële verslaggeving van effectenuitgevende instellingen.   Vraag 21   Indien het een verplichte stelstelwijziging betrof, heeft u dan kunnen ontdekken welke wijziging inging?   Antwoord op vraag 21   Ik verwijs naar mijn antwoorden op vraag 19 en 20.   Vraag 22   Ben u op de hoogte dat de International Swaps and Derivatives Association (ISDA) master netting agreement/Credit Support Annex niet voldeed aan de verrekeningscriteria onder de International Financial Reporting Standards (IFRS) en daarom een probleem opleverde toen in 2013 IFRS 7 werd ingevoerd, omdat derivatenposities niet genetteerd mochten worden?   Antwoord op vraag 22   Nee, deze specifieke casus is mij niet bekend. Wel zijn er onder de internationale standaarden eveneens strikte regels verbonden aan het netteren van derivaten, net als dat geldt voor cash pooling. Zo mogen er bijvoorbeeld geen verschillende tegenpartijrisico’s tegen elkaar weggestreept worden. In beginsel is netteren alleen toegestaan op het moment dat dit economisch en juridisch gerechtvaardigd is. Het is aan de accountant om de jaarrekening te controleren op basis van de standaarden die voor verslaggeving gelden. De AFM houdt vervolgens toezicht op de financiële verslaggeving van effectenuitgevende instellingen.   Vraag 23   Kunt u melden, nu banken zoals Deutsche Bank melding maken van het feit dat deze master netting agreements niet voldeden, hoe ING Bank dat sinds 2013 (presentatie IFRS 7) heeft opgelost?   Antwoord op vraag 23   Nee. Het ministerie is niet verantwoordelijk voor de inhoud van de verslaglegging van individuele banken. Indien het netteren van bepaalde derivaten op grond van de internationale standaarden niet zou zijn toegestaan, worden ze bruto getoond op de balans.   Vraag 24   Is er tussen ING en uw ambtsvoorgangers en/of het ministerie in de jaren 2011 tot het einde van de staatssteun gesproken over de problematiek met betrekking tot de master netting agreements? Zo ja, kunt u daarover details geven?   Antwoord op vraag 24   Zie mijn antwoorden op vragen 22 en 23.   Vraag 25   Hoe beoordeelt u het feit dat ING gewacht heeft tot begin 2017 met een megacorrectie, terwijl de bank al bij brief van accountant EY van 29 februari 2016 erover was ingelicht dat een correctie nodig was? 5)   Antwoord op vraag 25   In de bron (“brief van accountant EY van 29 februari 2016”) wordt niet gezegd dat een correctie van eerdere jaarverslaglegging nodig is noch was. Zie o.a. ook het antwoord op vraag 8.   Vraag 26   Weet u of de vraag aan het International Financial Reporting Interpretations Committee (IFRIC) van november 2015 afkomstig is van ING, een van haar accountants (EY of KPMG), dan wel een van de andere Nederlandse staatsbanken? Zo ja, van wie is deze vraag dan afkomstig?   Antwoord op vraag 26   Nee het is mij niet bekend wie die vraag heeft gesteld. Overigens kan elke “stakeholder” een vraag stellen aan het IFRIC.   Vraag 27   Heeft ING extra bankenbelasting (rond de 160 miljoen euro) betaald vanwege de aangepaste jaarrekening?   Antwoord op vraag 27   Op grond van artikel 67 AWR kan ik geen uitlatingen doen over de fiscale positie van een individuele belastingplichtige.   Vraag 28   Moet een bank in zijn algemeenheid bankenbelasting nabetalen als het zijn balans corrigeert en maakt het daarbij nog uit of het om een foutherstel of om een stelselwijziging gaat? Kunt u dit toelichten?   Antwoord op vraag 28   Bij de heffing van de bankenbelasting is het de verantwoordelijkheid van de belastingplichtige om tijdig een juiste en volledige aangifte in te dienen en de verschuldigde belasting te voldoen. Het is de verantwoordelijkheid van de inspecteur om toezicht op deze aangifte uit te oefenen.   De bankenbelasting wordt geheven over het (geconsolideerde) balanstotaal uit de commerciële jaarrekening ultimo boekjaar, verminderd met – kort gezegd – het kernkapitaal, de onder een depositogarantiestelsel gedekte deposito’s en verzekeringspassiva. Een aanpassing van de balans kan leiden tot een toename van de grondslag en het belastbare bedrag. Indien dat het geval is, dient de belastingplichtige – voor zover al aangifte is gedaan – een herziene aangifte in te dienen. Mocht de belastingplichtige dit nalaten, dan bestaat er voor de Belastingdienst de mogelijkheid om een naheffingsaanslag op te leggen.   Vraag 29   Welk overleg hebben u en uw ambtsvoorganger, dan wel ambtenaren namens u, gehad met ING en zijn accountants over de jaarrekeningen van 2014, 2015 en 2016? Kun u een lijst geven van gesprekken en zaken die besproken zijn?   Antwoord op vraag 29   De minister of staatssecretaris van Financiën zijn niet verantwoordelijk voor de inhoud van de jaarlijkse verslaglegging van individuele banken. Dat zijn de individuele banken zelf. De controlerend accountant ziet erop toe dat voldaan wordt aan de internationale verslaggevingstandaarden. De minister of de staatssecretaris voeren dan ook geen overleg met banken of hun accountants over de toepassing van de internationale verslaggevingstandaarden in de praktijk.   De inspecteur van de Belastingdienst voert wel gesprekken met individuele belastingplichtigen, maar niet namens de staatssecretaris of minister van Financiën. Het is aan de inspecteur om te beoordelen of een belastingplichtige aan zijn fiscale verplichtingen heeft voldaan. Op grond van artikel 67 AWR kan ik echter geen uitlatingen doen over de belastingpositie van een individuele belastingplichtige.   Vraag 30   Bent u ervan op de hoogte dat de accountantskantoren die ING controleerden (EY en KPMG) ook feitelijk de asset quality review (AQR) in 2014 bij het begin van de bankenunie hebben uitgevoerd?   Antwoord op vraag 30   In 2014 heeft de toezichthouder ondersteuning gezocht van externen voor het uitvoeren van audits, taxaties, controles, modellering en procesbegeleiding. De prudentiële aanpak was echter een andere dan de gangbare verslaglegging op basis van internationale verslaggevingsstandaarden. DNB heeft mij laten weten dat de selectieprocedure van externen potentiële belangenconflicten in ogenschouw nam en dat geen accountantskantoor werk uitvoerde voor een bank waarvoor zij op dat moment ook externe accountant was.   Vraag 31   Zijn bij de AQR alle risico’s van de off balance post van 180 miljard euro ook in zijn geheel meegenomen en meegewogen?   Antwoord op vraag 31   Ik verwijs u hiervoor graag naar de openbare resultaten per individuele bank.   Vraag 32   Kunt u deze vragen een voor een en binnen drie weken beantwoorden? ​   Antwoord op vraag 32   De vragen worden één voor één beantwoord. Het is niet gelukt de vragen binnen drie weken te beantwoorden.   1) Aanhangsel bij de Handelingen 2017/2018, nr. 312.   2) https://www.ftm.nl/artikelen/ing-cash-pooling-balanscorrectie-185-miljard-ey-kpmg   3) https://debatgemist.tweedekamer.nl/debatten/openbare-hoorzitting-inzake-de-schikking-van-ing-wegens-het-faciliteren-van-witwassen   4) https://www.trouw.nl/home/bonus-en-28-procent-meer-salaris-voor-topman-ing~a0520a21/   5) Deze brief is gepubliceerd op de website van de SEC in een gecorrigeerde deponering van ING van 20 maart 2017: https://www.sec.gov/Archives/edgadata/1039765/000119312517089220/d322744d20fa.htm
  Datum: 30 november 2018    Nr: 2018D57630    Indiener: W.B. Hoekstra, minister van Financiën
Bron:    tweedekamer.nl
submitted by kamerstukken-bot to kamerstukken [link] [comments]

ING, dat de balans met 180 miljard euro bijstelde, de accountant die niet weet wat onder die post valt, de bank die zo bankenbelasting bespaarde en vervroegd staatssteun afloste in 2014 en begon met het uitbetalen van bonussen

Vragen van de leden Omtzigt en Ronnes (beiden CDA) aan de staatssecretaris van Financiën en de minister van Financiën over ING, dat de balans met 180 miljard euro bijstelde, de accountant die niet weet wat onder die post valt, de bank die zo bankenbelasting bespaarde en vervroegd staatssteun afloste in 2014 en begon met het uitbetalen van bonussen (ingezonden 6 november 2018) 1 Herinnert u zich de antwoorden op Kamervragen over het bericht dat ING dat haar balans over 2014 en 2015 aanpaste met meer dan 180 miljard euro? 1)   2 Heeft u kennisgenomen van het stuk “Fiscus liep 153 miljoen mis doordat ING haar balans oppoetste – foutje bedankt!" 2)   3 Herinnert u zich dat u geen voorbeeld kon noemen van enig ander bedrijf in Nederland dat ooit zijn balans heeft moeten bijstellen voor 180 miljard euro en heeft u ondertussen al een ander bedrijf kunnen vinden dat ooit zo’n gigantische balanscorrectie heeft doorgevoerd?   4 Herinnert u zich dat u ABN Amro en Rabobank noemde als andere voorbeelden van banken die hun balans hebben bijgesteld en kunt u aangeven voor hoeveel zij hun balans over die jaren hebben bijgesteld?   5 Is het dus waar dat de correctie op de balans bij ING, die in een summiere voetnoot werd toegelicht, uniek was in omvang?   6 Heeft u gehoord dat op de hoorzitting in de Kamer van de zijde van Ernst & Young (EY), medeverantwoordelijk voor de accountantscontrole bij ING, door prof. De Bos op vragen van Kamerlid Ronnes over deze 180 miljard euro correctie is geantwoord: "U moet me niet vragen wat de onderliggende posten zijn" ? 3)   7 Wat is de waarde van een jaarrekening, als je die voor 180 miljard euro mag corrigeren en als de accountant niet weet wat de onderliggende posten zijn?   8 Weet u wat de onderliggende posten van de correctie van 180 miljard euro zijn? Zo ja, wat zijn die dan?   9 Kunt u specificeren waar de post 'other' onder customer deposits op pagina's 228 en 229 van de jaarrekening 2016 uit bestaat? Bevat die post uitsluitend cash of ook andere financiële instrumenten? Betreft de volledige correctie uitsluitend 'notional cash pooling' producten?   10 Indien u niet met absolute zekerheid kunt zeggen wat die onderliggende posten zijn, wilt u dan bij ING en/of de accountant en/of de toezichthouder opheldering vragen?   11 Weet De Nederlandsche Bank (DNB) als toezichthouder wat de onderliggende posten van de correctie van 180 miljard euro zijn? Zo ja, wat zijn die dan?   12 Herinnert u zich dat u via een grafiek in bedekte termen meedeelde dat de leverage ratio van ING eind 2015 3,6% bedroeg, na de balanscorrectie?   13 Is het waar dat de minimaal vereiste leverage ratio van ING 4% bedroeg in die tijd en dat ING met een leverage ratio van 3,6% helemaal niet de laatste staatssteun had mogen aflossen?   14 Indien de kapitaal ratio 3,6% was, had ING dan toestemming gekregen om de laatste tranche staatssteun terug te betalen?   15 Is het waar dat alleen omdat ING de staatssteun had afgelost in november 2014, in maart 2015 kon worden overgegaan tot forse salarisverhogingen voor de top, zoals voor de heren Hamers, Nagel en Flynn en de uitkering van bonussen? 4)   16 Herinnert u zich dat u schreef: “het ministerie is in 2015 door ING op de hoogte gesteld van het feit dat het wel of niet netteren van «cash pooling» van invloed kan zijn op de totale blootstelling van een bank en daarmee ook de leverage ratio"?   17 Kunt u de datum noemen waarop het ministerie op de hoogte gesteld is en het desbetreffende document (brief, memo, e-mail of dergelijke) waarin dat staat, aan de Kamer doen toekomen?   18 Waarom heeft uw ambtsvoorganger toen hij dit hoorde geen actie ondernomen op het gebied van terugbetaling van staatssteun en terugvorderen van de bonussen?   19 Heeft ING een foutherstel doorgevoerd of een stelselwijziging, aangezien dit niet staat in het jaarverslag?   20 Indien ING voor de wijziging een vrijwillige stelselwijziging heeft doorgevoerd, heeft u dan in de jaarrekening kunnen aantreffen (conform International Accounting Standards 8.29): “de aard van de stelselwijziging; de redenen waarom het nieuwe stelsel betrouwbare en meer relevante informatie geeft; het bedrag van de aanpassing voor de huidige periode en voor elke voorafgaande periode; het bedrag van de aanpassingen met betrekking tot perioden voorafgaand aan de perioden die in de vergelijkende cijfers worden gerapporteerd; indien van toepassing, de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat het praktisch niet mogelijk is om de stelselwijziging geheel of gedeeltelijk met terugwerkende kracht toe te passen en een beschrijving van hoe en vanaf wanneer de stelselwijziging wel is doorgevoerd.” Zo, ja waar heeft u die kunnen aantreffen?   21 Indien het een verplichte stelstelwijziging betrof, heeft u dan kunnen ontdekken welke wijziging inging?   22 Ben u op de hoogte dat de International Swaps and Derivatives Association (ISDA) master netting agreement/Credit Support Annex niet voldeed aan de verrekeningscriteria onder de International Financial Reporting Standards (IFRS) en daarom een probleem opleverde toen in 2013 IFRS 7 werd ingevoerd, omdat derivatenposities niet genetteerd mochten worden?   23 Kunt u melden, nu banken zoals Deutsche Bank melding maken van het feit dat deze master netting agreements niet voldeden, hoe ING Bank dat sinds 2013 (presentatie IFRS 7) heeft opgelost?   24 Is er tussen ING en uw ambtsvoorgangers en/of het ministerie in de jaren 2011 tot het einde van de staatssteun gesproken over de problematiek met betrekking tot de master netting agreements? Zo ja, kunt u daarover details geven?   25 Hoe beoordeelt u het feit dat ING gewacht heeft tot begin 2017 met een megacorrectie, terwijl de bank al bij brief van accountant EY van 29 februari 2016 erover was ingelicht dat een correctie nodig was? 5)   26 Weet u of de vraag aan het International Financial Reporting Interpretations Committee (IFRIC) van november 2015 afkomstig is van ING, een van haar accountants (EY of KPMG), dan wel een van de andere Nederlandse staatsbanken? Zo ja, van wie is deze vraag dan afkomstig?   27 Heeft ING extra bankenbelasting (rond de 160 miljoen euro) betaald vanwege de aangepaste jaarrekening?   28 Moet een bank in zijn algemeenheid bankenbelasting nabetalen als het zijn balans corrigeert en maakt het daarbij nog uit of het om een foutherstel of om een stelselwijziging gaat? Kunt u dit toelichten?   29 Welk overleg hebben u en uw ambtsvoorganger, dan wel ambtenaren namens u, gehad met ING en zijn accountants over de jaarrekeningen van 2014, 2015 en 2016? Kun u een lijst geven van gesprekken en zaken die besproken zijn?   30 Bent u ervan op de hoogte dat de accountantskantoren die ING controleerden (EY en KPMG) ook feitelijk de asset quality review (AQR) in 2014 bij het beging van de bankenunie hebben uitgevoerd?   31 Zijn bij de AQR alle risico’s van de off balance post van 180 miljard euro ook in zijn geheel meegenomen en meegewogen?   32 Kunt u deze vragen een voor een en binnen drie weken beantwoorden? ​ 1) Aanhangsel bij de Handelingen 2017/2018, nr. 312. 2) https://www.ftm.nl/artikelen/ing-cash-pooling-balanscorrectie-185- miljard-ey-kpmg 3) https://debatgemist.tweedekamer.nl/debatten/openbare-hoorzitting-inzake- de-schikking-van-ing-wegens-het-faciliteren-van-witwassen 4) https://www.trouw.nl/home/bonus-en-28-procent-meer-salaris-voor-topman- ing~a0520a21/ 5) Deze brief is gepubliceerd op de website van de SEC in een gecorrigeerde deponering van ING van 20 maart 2017: https://www.sec.gov/Archives/edgadata/1039765/000119312517089220/d3 22744d20fa.htm
  Datum: 6 november 2018    Nr: 2018Z20126    Indiener: Pieter Omtzigt, Kamerlid CDA
Bron:    tweedekamer.nl
submitted by kamerstukken-bot to kamerstukken [link] [comments]

Antwoord op vragen van de leden Omtzigt, Hennis-Plasschaert en Bruins over de balansen in TARGET2 en de daarmee verbonden risico’s

Geachte voorzitter,   Hierbij zend ik u de antwoorden op de schriftelijke Kamervragen van de leden Omtzigt (CDA), Hennis-Plasschaert (VVD) en Bruins (ChristenUnie) aan de minister van Financiën over de balansen in TARGET2 en de daarmee verbonden risico’s (ingezonden 14 december 2017 met kenmerk 2017Z17995).   Hoogachtend, de minister van Financiën,   W.B. Hoekstra   Kunt u aangeven hoe groot de TARGET2-balans is op dit moment van elk van de landen die deelneemt aan de Euro?   Ja, zie onderstaande tabel. De omvang van de TARGET2-saldi wordt overigens ook maandelijks gepubliceerd op de website van de ECB.   Tabel: TARGET2-saldi NCB’s tegenover ECB (1 december 2017, in EUR mrd.)
Land TARGET2-saldo *
België -5
Cyprus 6
Duitsland 849
Estland 0
Frankrijk -17
Finland 71
Griekenland -61
Ierland 5
Italië -436
Letland -7
Litouwen -4
Luxemburg 192
Malta 4
Nederland 112
Oostenrijk -36
Portugal -84
Slovenië -1
Slowakije 10
Spanje -370
  * de saldi zijn afgerond op EUR mrd.   2 Herinnert u zich dat uw ambtsvoorganger in 2012 schreef: “Om de huidige risico’s die voortvloeien uit het Target-2 systeem te mitigeren is het dus noodzakelijk dat deze Europese maatregelen voortvarend blijven worden opgepakt”?   In de passage uit die Kamerbrief werd gewezen op het belang van het nemen van maatregelen om zowel het vertrouwen in de lidstaten van de eurozone als in de in die lidstaten gevestigde banken te herstellen. Om de risico’s die voortvloeien uit het TARGET2 systeem te mitigeren werd in deze brief benadrukt dat het noodzakelijk was om deze maatregelen voortvarend op te pakken.   3   Zijn de TARGET2-saldi nu veel beter in evenwicht dan toen? Zo nee, wat zijn de oorzaken hiervan en welke acties acht u dan nu gewenst?   De TARGET2-saldi zijn na 2012 afgenomen, maar sinds 2015 weer toegenomen. De oorzaak van het opnieuw oplopen van TARGET2-saldi sinds begin 2015 verschilt echter wezenlijk in oorsprong van de oploop van TARGET2-saldi ten tijde van het begin van de crisis.   Naarmate de crisis zich verdiepte in 2011 begon de werking van de interbancaire markten binnen het Eurosysteem te verslechteren. In de ogen van investeerders ontstond een redenominatierisico, met kapitaaluitstroom uit zwakker geachte lidstaten als gevolg. Daarnaast kozen bedrijven en burgers uit kwetsbare lidstaten er tot op zekere hoogte voor tegoeden te verplaatsen naar banken in minder kwetsbare lidstaten. Het door kapitaaluitstroom ontstane financieringstekort voor commerciële banken werd opgevangen door vraaggedreven liquiditeit van het Eurosysteem. Dit uitte zich in oplopende TARGET2-saldi van NCB’s van eurolanden tegenover de ECB; NCB’s van kwetsbare eurolanden kregen negatieve TARGET2-saldi en NCB’s van sterkere eurolanden kregen positieve TARGET2-saldi tegenover de ECB (grafiek). Oplopende TARGET2-saldi waren dus de tegenhanger van deze kapitaalstromen en waren gedurende de crisis indicatief voor de funding stress van banken in kwetsbare eurolanden. Daarmee waren deze saldi een belangrijke graadmeter voor de diepte van de crisis. Nadat percepties van redenominatierisico’s verminderden en het vertrouwen in banken uit kwetsbare eurolanden langzaam terugkeerde, daalde het beroep van banken op Eurosysteemfinanciering en daarmee ook de TARGET2-saldi (grafiek).   Sinds begin 2015 zijn TARGET2-saldi weer wat aan het oplopen (grafiek). Deze periode wordt gekenmerkt door aanbodgedreven liquiditeitscreatie via de monetaire aankoopprogramma’s. Deze oploop van TARGET2-saldi verschilt dus wezenlijk in oorsprong van de vraaggedreven oploop van TARGET2-saldi ten tijde van de crisis. Liquiditeitsverschaffing via kwantitatieve verruiming (QE) is in beginsel verdeeld aan de hand van de kapitaalsleutel van de ECB. Als deze liquiditeit echter ongelijk wordt aangehouden en er sprake is van grensoverschrijdende nettobetalingen, dan lopen TARGET2-saldi op.   Grafiek: TARGET2-saldi van de 10 NCB’s met momenteel de hoogste saldi.   QE heeft invloed op de ontwikkeling van TARGET2-saldi op een aantal manieren. Allereerst geven zowel de BIS als de ECB aan dat NCB’s ook obligaties aankopen van tegenpartijen die niet gevestigd zijn in de eurozone. Deze tegenpartijen moeten de transactie voldoen via een rekening bij een commerciële bank die via een NCB in de eurozone op het TARGET2-systeem is aangesloten. Hiervoor maken deze tegenpartijen gebruik van eurozone-branches van hun eigen niet-eurozone bank of van ‘correspondent banks’ (banken gevestigd in de eurozone die betaaldiensten aanbieden aan niet-eurozonebanken). Zowel deze branches als correspondent banks zijn relatief vaak gevestigd in landen als Duitsland, Luxemburg en Nederland. Als gevolg hiervan ontstaan betaalstromen binnen de eurozone die worden verwerkt via het TARGET2-systeem en leiden tot oplopende TARGET2-saldi. Als tweede stelt de ECB dat NCB’s daarnaast obligaties aankopen van tegenpartijen die gevestigd zijn in een ander euroland. Ook dit veroorzaakt grensoverschrijdende transacties en leidt tot oplopende TARGET2-saldi. Ten slotte beïnvloedt de risicoperceptie van investeerders bij welke banken zij de liquiditeit die gegeneerd is onder het aankoopprogramma stallen, hetgeen tevens leidt tot betaalstromen binnen de eurozone met oplopende TARGET2-saldi als gevolg. Dit komt ook doordat er nog sprake is van enige fragmentatie in de interbancaire markt en blijvende risicopercepties ten opzichte van bepaalde banken in een aantal eurolanden.   4   Deelt u de mening van uw ambtsvoorganger dat het wenselijk is om de risico’s die voortvloeien uit het TARGET2-programma te mitigeren?   Vooropgesteld; TARGET2 is het betalingssysteem dat overboekingen registreert en afwikkelt tussen partijen die rekeningen aanhouden bij één van de nationale centrale banken in het eurogebied en dat in eigendom en beheer is van het Eurosysteem. Als zodanig maakt het TARGET2-systeem het vrije grensoverschrijdende verkeer van kapitaal in de EMU mogelijk en ondersteunt het de uitvoer van het gemeenschappelijke monetaire beleid van de ECB. TARGET2 is als zodanig een integraal onderdeel van een goed functionerende EMU, aangezien een monetaire unie enkel kan bestaan wanneer er grenzeloos en vrij betalingsverkeer tussen ingezetenen uit de verschillende lidstaten kan zijn.   Zoals in de eerder in vraag 2 aangehaalde Kamerbrief werd aangegeven, is het van belang om de risico’s die voortvloeien uit het Target2-systeem zo goed als mogelijk te mitigeren. Zo zijn er de afgelopen jaren op Europees niveau belangrijke stappen gezet om de eurozone te versterken en de onderliggende onevenwichtigheden te verminderen. Zo zijn er stappen gezet met de oprichting van het permanente noodfonds ESM, de versterking van de Europese begrotingsregels zoals vastgesteld in het SGP en de introductie van de MEOP. Daarnaast zijn er maatregelen doorgevoerd ter versterking van de Europese bankensector. Zo zijn de kapitaaleisen voor banken de afgelopen jaren fors verhoogd en worden de komende jaren nog verdere stappen gezet om te komen tot een steviger raamwerk. Tot slot is ook het bankentoezicht in de eurozone via de Bankenunie op Europees niveau gebracht, net als de besluitvorming over ordentelijke afwikkeling en herstructurering van systeemrelevante banken. Al deze maatregelen hebben tot doel de stabiliteit van de muntunie en het vertrouwen in het Europese bankenstelsel te vergroten. Het is daarnaast de inzet van dit kabinet om de duurzame groei en stabiliteit van de eurozone ook in de toekomst te versterken. Een stabiele eurozone met duurzame groei verhoogt de welvaart in de eurozone en kan daarmee tevens de potentiële risico’s die gepaard gaan met de programma’s van de ECB verlagen. Zoals aangegeven in de Kamerbrief Toekomst van de EMU is het voor dit kabinet van belang om de risico’s in de reële economie en de financiële sector terug te brengen. Het kabinet is daarom voorstander van een strenge naleving van de begrotingsregels in het SGP, het beter benutten van de mogelijkheden van de macro-economische onevenwichtighedenprocedure en het vervolmaken van de bankenunie conform de routekaart voor de bankenunie zoals opgesteld onder het Nederlands voorzitterschap in 2016. Deze maatregelen bevorderen het versterken van private en publieke buffers in de eurozone en kunnen zodoende verder bijdragen aan het reduceren van risico’s.   5 Klopt het dat de nationale Europese centrale banken hun eigen jaarrekening opmaken volgens de richtsnoeren van de ECB zelf en juist niet volgens de internationale accountantsstandaarden?   Ja.   6 Klopt het dat die richtsnoeren uitgaan van continuïteit en dat er dus geen TARGET2-risico’s in meegenomen worden, zoals het risico dat een land de eurozone verlaat?   De ESCB-richtsnoeren maken geen veronderstelling ten aanzien van de continuïteit of discontinuïteit van de euro in het algemeen of de EMU in het bijzonder. Dit geldt ook voor de internationale accountingstandaarden, zoals IRFS.   7   Bent u bereid een analyse te laten maken die uitgaat van discontinuïteit na een periode van grote stress op de markten, die de TARGET2-balans verder doet oplopen?   Uit de vraagstelling is onduidelijk wat exact wordt verondersteld onder discontinuïteit na een periode van grote stress op de markten. Ik interpreteer de vraag als een scenario van uittreding van één of enkele landen waarbij de overgebleven landen wel in de muntunie blijven. Een ex-ante analyse van een dergelijk scenario is speculatief. Ex-post kunnen de crisisjaren rondom de periode 2011-2012 gelden als indicatie van de mogelijke mutatie van TARGET2-saldi in een periode van grote stress op de markten. Die periode ging gepaard met grote stress op de markten als gevolg van een gepercipieerd redenominatierisico.   Het is mogelijk dat in een hernieuwde periode van grote stress op de markten die gepaard zou gaan met gepercipieerde redenominatierisico’s zich in extremis een vergelijkbare ontwikkeling van TARGET2-saldi kan voordoen. Tegelijkertijd, staat de eurozone er echter stukken beter voor dan het geval was aan de vooravond van de crisis. Zoals ook in vraag 4 vermeld zijn er de afgelopen jaren op Europees niveau belangrijke stappen gezet om de eurozone te versterken en de onderliggende onevenwichtigheden te verminderen.   De risico’s die gepaard gaan met TARGET2-saldi zijn beschreven in de Kamerbrief over risico’s voor de Nederlandse Staat van het ECB beleid en staan ook beschreven in de beantwoording van vraag 10. Daarbij geldt dat alle andere vorderingen en verplichtingen van NCB’s tegenover de ECB, waaronder de TARGET2-saldi, tegen nominale waarde in de jaarrekeningen van NCB’s en de ECB worden opgenomen. In het hypothetische geval dat een lidstaat met een negatief saldo uit de eurozone stapt, blijven de verplichtingen van de NCB van het uit het Eurosysteem tredende land staan en dient dat euroland zijn verplichtingen volledig te vereffenen, zoals ook ECB-President Draghi meldde in een brief van 18 januari 2017 aan leden van het Europees Parlement.   8 Heeft de accountant van DNB op enig moment een analyse gemaakt van TARGET2 en heeft hij opmerkingen en/of bevindingen gemaakt? Zo ja, kunt u die delen met de Kamer en voorzien van een reactie?   De externe accountant van DNB onderzoekt jaarlijks de jaarrekening van DNB en geeft hierbij een accountantsverklaring af. De balanspost “vorderingen op het Eurosysteem” is onderdeel van de jaarrekening van DNB en derhalve ook onderdeel van de jaarrekeningcontrole door de externe accountant van DNB. De externe accountant heeft geen specifieke bevindingen gemeld m.b.t. deze balanspost.   9 Heeft enig toezichthouder ooit een opmerking gemaakt over het TARGET2-systeem? Zo ja, wanneer?   De ECB publiceert sinds september 2015 de TARGET2-saldi omdat de ECB waarde hecht aan transparantie. Dit doet de ECB op maandelijkse basis in de vorm van de maandultimostand en -gemiddelden van de ECB en aangesloten NCB’s, sinds respectievelijk mei 2008 en januari 2001. Daarnaast publiceert de ECB sinds augustus 2016 maandelijks het disaggregated financial statement of the Eurosystem waarin de omvang te vinden is van alle bilaterale vorderingen en verplichtingen van de NCB’s tegenover de ECB – waaronder de Target2-saldi – op de eerste of laatste vrijdag van de maand.   10   Heeft het kabinet of het ministerie van Financiën op enig moment een inschatting gemaakt van de risico’s van TARGET2? Zo ja, kunt u deze met de Kamer delen?   Ja, een inschatting van de risico’s omtrent TARGET2 is in een eerdere Kamerbrief omtrent TARGET2 aan bod gekomen en komt ook aan bod in de Kamerbrief over risico’s voor de Nederlandse Staat als gevolg van ECB-beleid.   Sommige economen wijzen op de potentiële risico’s van het TARGET2-systeem indien een lidstaat de euro zou verlaten. Het kabinet merkt op dat dit een theoretisch vraagstuk is omdat het vertrek van lidstaten uit de eurozone niet aan de orde is. Het is belangrijk vast te stellen dat de TARGET2-saldi niet de schulden weerspiegelen tussen eurolanden onderling en ook niet de directe blootstelling van DNB op eurolanden met een negatief TARGET2-saldo. Net als alle andere vorderingen en verplichtingen van NCB’s tegenover de ECB, zijn TARGET2-saldi feitelijk boekhoudkundige saldi die niet worden verrekend.   Mocht nu, in het hypothetische geval, een lidstaat uit de eurozone stappen, dan behoudt de betreffende NCB haar verplichtingen jegens de ECB. Tot deze verplichtingen behoort ook het TARGET2-saldo. Dit is in economisch opzicht niet anders dan onder de huidige situatie. Zoals ECB-President Draghi, in een boven reeds aangehaalde brief aangaf, dient een NCB van het uit het Eurosysteem tredende land haar verplichtingen tegenover de ECB volledig te vereffenen.   Zoals ook in paragraaf 2.3 van de Kamerbrief risico’s Nederlandse staat als gevolg van ECB-beleid beschreven, zullen (eventueel in Club van Parijs verband) in zo’n geval afspraken moeten worden gemaakt over eventuele problemen die voortkomen uit de verplichtingen van een uittredende NCB tegenover de ECB. In het uiterste geval zou de ECB dan een verlies kunnen lijden. Dit verlies van de ECB zal neerslaan bij de overgebleven NCB’s in de muntunie naar rato van het gecorrigeerde aandeel in de kapitaalsleutel, zoals eerder in deze brief uiteen is gezet. Eventuele verliezen voor NCB’s zijn dus niet afhankelijk van hun eigen netto vordering of verplichting tegenover de ECB.   11   Bent u bekend met plannen om het TARGET2-systeem meer in balans te krijgen? Zo ja, welke plannen? Zo nee, bent u bereid dit onderwerp op de Europese agenda te zetten?   Er zijn geen plannen op de Europese agenda om het TARGET2-systeem meer in balans te krijgen. Zoals ook in vraag 4 vermeld zijn er de afgelopen jaren op Europees niveau belangrijke stappen gezet om de eurozone te versterken en de onderliggende onevenwichtigheden te verminderen en is het daarnaast de inzet van dit kabinet om de duurzame groei en stabiliteit van de eurozone ook in de toekomst te versterken.   12   Deelt u de mening dat het wenselijk is dat negatieve TARGET2-balansen worden opgenomen in een indicator van staatsschuld in de Europese Unie?   Nee. TARGET2-saldi weerspiegelen niet de niveaus van overheidsschuld van de verschillende lidstaten en worden daarom niet meegenomen in een indicator van staatsschuld in de EU. TARGET2-saldi weerspiegelen de grensoverschrijdende cumulatieve nettobetalingen tussen partijen met rekeningen bij verschillende NCB’s die gefaciliteerd zijn door liquiditeit van het Eurosysteem.   1) Kamerstuk 21501-07, nr. 905   2) Richtsnoer ECB/2010/20
  Datum: 19 januari 2018    Nr: 2018D01570    Indiener: W.B. Hoekstra, minister van Financiën
Bron:    tweedekamer.nl
submitted by kamerstukken-bot to kamerstukken [link] [comments]

Combinatie van een kolomgrafiek en lijngrafiek in Excel ... Grafieken - Extreme waarden (VWO wiskunde B) - YouTube Excel  Grafieken in Excel - de basis incl. aanpassingen ... Grafieken met percentages in Excel - YouTube Hoe verloopt een correcte schatting van je woning? - YouTube

Die Paaiement Waarde grafiek wys net die geldwaarde van die paaiemente van elke tydstip. Indien daar geen stygings in paaiemente plaasvind nie is die grafiek slegs 'n konstante funksie. Die Renteskedule en die Grafiek blokke is altwee blokke wat slegs vir afvoer is. Jy kan niks fisies daarop intik of direk verander nie. Dit verander en word aangepas soos wat jy op ander plekke data insleutel ... Das Handbuch ansehen und herunterladen von Graupner ULTRA DUO PLUS 50 Akkuladegerät (Seite 62 von 65) (Holländisch). Auch Unterstützung und erhalten Sie das Handbuch per E-Mail. Goud en zilver kopen of verkopen? Goudstandaard, uw vertrouwde partner met AFM Vergunning. Altijd de actuele goud- en zilverprijs! Bekijk hier de goudkoers! De waarde Grafiek kan worden omschreven als een detrended Oscillator in... Le tableau de valeur pourrait être décrit comme un Detrended Oscillator dans... Grafiek 17 Gemiddelde jaarlijkse werk gelegenheidsgroei, 1995-1999. Graphe 17 Croissance annuelle moyenne de l'em-p loi, 1995 - 1999. Grafiek 26 Jeugdwerkloosheidspercentage naar duur, 1999. Graphe 26 Taux de chômage des jeunes par durée ... Ik heb een grafiek gemaakt gekoppeld aan een tabel in excel. In een aparte cel voer ik een waarde in die gevolgen heeft voor de waardes in de tabel. Deze noem ik even de waarde cel. De bedoeling is dat men elke waarde die ze maar willen kunnen invoeren in deze waarde cel en dat de waardes in de t...

[index] [3234] [741] [5425] [5321] [1550] [324] [1699] [2901] [3630] [6168]

Combinatie van een kolomgrafiek en lijngrafiek in Excel ...

Als je je woning wil verkopen, wil je eerst en vooral de vraagprijs bepalen. Want enkel met een goede, realistische waardebepaling ga je de woning op korte t... Enjoy the videos and music you love, upload original content, and share it all with friends, family, and the world on YouTube. http://www.syntra-limburg.be In dit filmpje zal je leren hoe je grafieken kan invoegen en bewerken in Excel. SYNTRA Limburg biedt Excel opleidingen aan voor ... Slagen voor je examen? Check: https://www.mathwithmenno.nl/ Volg Math with Menno op Instagram: https://www.instagram.com/mathwithmenno/?hl=nl Blij met mijn v... Hoe kan je van een eerstegraadsfunctie de functiewaarden aflezen

#